Naar hoofdinhoud
1.. In deze verordening wordt verstaan onder: College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel; Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo); Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronisch psychische en psychosociale problemen, beperkingen ondervindt bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning, bij het verplaatsen in en om de woning, bij het lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van mensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden. Awb: Algemene wet bestursrecht; AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; Huishoudelijke voorziening: een voorziening ter ondersteuning bij of ter overnamevan activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden van een persoon dan wel de leefeenheid waartoe een persoon behoort; Rolstoelvoorziening: voorziening die de aanvrager in staat stelt zich in en om de woning te verplaatsen en waarvan het rijden de primaire functie is; Woonvoorziening: voorziening, niet zijnde een huishoudelijke voorziening of een rolstoelvoorziening, die de aanvrager in staat stelt tot het normale gebruik van de woning; Vervoersvoorziening: voorziening die de aanvrager in staat stelt zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel; Algemeen gebruikelijk: hetgeen naar in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen voor een persoon als de ondersteuningsbehoevende of mantelzorger als gangbaar bezit of gangbare uitgaven wordt aangemerkt; Persoonsgebonden budget (PGB): een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het financieel besluit maatschappelijke ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn; Budgetperiode en budgethouder: De budgetperiode betreft het tijdvak waarvoor een PGBwordt verleend. De budgethouder is de persoon aan wie ingevolge deze verordening een PGB is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het PGB verschuldigd is. Inkomen: het netto-inkomen van de persoon met beperkingen; het gezamenlijk netto-inkomen van de ouders of pleegouders van de ondersteuningsbehoevende, indien de ondersteuningsbehoevende jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 tot en met 7 van de wet; het gezamenlijk netto-inkomen van de ondersteuningsbehoevende en zijn echtgenoot, indien de ondersteuningsbehoevende een echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 tot en met 7 van de wet. het verzamelinkomen is het totaal van de inkomsten en aftrekposten in de 3 belasting-boxen. De belastingdienst stelt het verzamelinkomen vast. Norminkomen: de normen, genoemd in paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand, omgerekend tot een bedrag per kalenderjaar, waarbij deze normen voor een belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die een alleenstaande of een alleenstaande ouder is, en die niet in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de toeslag, genoemd in artikel 25 lid 2 van de Wet werk en bijstand, en de normen van een alleenstaande of gehuwde, die in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de bedragen, genoemd in artikel 23 lid 2 van de Wet werk en bijstand; Eigen bijdrage: een bijdrage die bij de verlening van een voorziening in natura of in de vorm van een PGB voor rekening van de ondersteuningsbehoevende of mantelzorger komt, res-pectievelijk blijft en waarop de in deze verordening en het Financieel Besluit maatschappelij-ke ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn; Eigen aandeel: een financieel aandeel in de kosten, dat bij de verlening van een financiële tegemoetkoming voor rekening van de ondersteuningsbehoevende of mantelzorger komt; Ondersteuningsbehoevende: een persoon met een verstandelijke of lichamelijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem dan wel een combinatie daarvan; Mantelzorger: een persoon die mantelzorg, als bedoeld in artikel 1 onderdeel b van de wet, verleent; Woonplaats: woonplaats als bedoeld in artikel 10 lid 1 en artikel 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; Woning: een woning waarbij geen wezenlijke woonfuncties, zoals woon- en slaapruimte, was- en kookgelegenheid en toilet met andere woningen worden gedeeld; Uitraasruimte: een verblijfsruimte waarin een ondersteuningsbehoevende die vanwege gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont zich kan afzonderen of tot rust kan komen. Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de ondersteuningsvrager vanaf de toegang tot de woning te bereiken; Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; Standplaats: een kavel binnen de gemeente Sint-Michielsgestel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; Compenseren: een alternatief bieden voor de aantoonbare beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek inclusief chronische psychische en psychosociale problemen die iemand heeft om te kunnen participeren in de samenleving, zodanig dat de gevolgen van die beper-kingen zoveel mogelijk worden opgeheven, daarbij uitgaande van de zelfredzaamheid van de ondersteuningsbehoevende; Kosten voortvloeiend uit beperkingen: kosten die niet vanuit andere regelingen geheel of gedeeltelijk worden vergoed, die niet algemeen gebruikelijk zijn en zijn gemaakt in de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum. Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning: het door het college op grond van deze verordening vastgestelde overzicht, omvattende het geheel van verstrekkingen en bedragen, welke de gemeente in het kader van de Wmo kan verstrekken; Gebruikelijke zorg: de normale, dagelijkse ondersteuning die partners of ouders en inwonende meerderjarige kinderen, 18 jaar of ouder, geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden; Hoofdverblijf: de woning, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de ondersteuningsbehoevende zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan, dan wel het feitelijke woonadres indien de ondersteuningsbehoevende met een briefadres in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan; Maatschappelijke participatie: de normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten; a. het voeren van een huishouden; b. het normale gebruik van de woning; c. het zich in en om de woning verplaatsen; d. het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoerssystemen; e. het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven. Zelfredzaamheid: het lichamelijke, verstandelijke, geestelijke en financiële vermogen van de ondersteuningsbehoevende om zelf voorzieningen te treffen en de algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren. 2.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel