Naar hoofdinhoud
1.. Een voorziening kan slechts worden toegekend indien: de aanvrager een verstandelijke of lichamelijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem heeft, waardoor hij niet in aanvaardbare mate in staat is, dan wel indien de aanvrager vrijwilligerswerk verricht of mantelzorg pleegt waarbij hij niet in aanvaardbare mate in staat is om: een huishouden te voeren; zich te verplaatsen in en om de woning; zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel; medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan; de voorziening langdurig noodzakelijk is en in overwegende mate op het individu gericht is; de voorziening, objectief bezien, als de goedkoopste adequate voorziening kan worden aangemerkt; de aanvrager in de gemeente Sint-Michielsgestel woonplaats heeft als bedoeld in artikel 10 lid 1 en artikel 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; bij het compenseren van beperkingen die een ondersteuningsbehoevende ondervindt in zijn maatschappelijke participatie, wordt rekening gehouden met de keuzes die de ondersteuningsbehoevende maakt in het leven,waarbij verwacht mag worden dat de ondersteuningsbehoevende geschikte keuzes maakt rekening houdend met de beperkingen die horen bij de individuele omstandigheden van de ondersteuningsbehoevende. 2.. Het college weigert een voorziening: indien niet is voldaan aan de voorwaarden of verplichtingen gesteld bij of krachtens de wet; voor zover op grond van enige andere wettelijke regeling of enige privaatrechtelijke overeenkomst of verbintenis aanspraak op de voorziening bestaat; voor zover in de voorziening een algemeen gebruikelijke component geacht kan worden te zijn begrepen; indien een voorziening als waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens de WVG of krachtens de Wmo is verleend en de normale afschrijvingsduur voor die voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder verleende voorziening geheel of gedeeltelijk verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen; indien een voorziening niet noodzakelijk is vanwege redelijkerwijs van de ondersteuningsbehoevende of mantelzorger zelf of van anderen in diens omgeving, zoals familieleden of huisgenoten, te vergen medewerking aan oplossing voor het zich voordoende probleem; wanneer het gaat om een financiële tegemoetkoming of een PGB, indien in de financiering van het niet door de financiële tegemoetkoming of het PGB bestreken deel van de kosten niet is voorzien; indien de aanvraag een financiële tegemoetkoming of een PGB voor kosten betreft die de aanvrager voor de datum van het besluit naar aanleiding van die aanvraag heeft gemaakt, tenzij het college schriftelijk toestemming heeft verleend voor het maken van de kosten. 3.. Een PGB wordt slechts verleend indien: de aanvrager zich, wanneer op grond van deze verordening eerder een PGB is verleend, gehouden heeft aan bij de verlening van dat eerdere PGB opgelegde verplichtingen; er geen gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de aanvrager zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel