1.Het college stelt de op basis van artikel 9 en 12 verleende subsidie
definitief vast binnen zes maanden na de ontvangst van de in artikel 18
bedoelde gegevens en bescheiden.
2 Het college stelt de op basis van artikel 10 verleende subsidie
definitief vast binnen zes maanden na afloop van de periode waarvoor de
subsidie is verleend na ontvangst van de in artikel 19 bedoelde
bescheiden.
3 Het college stelt de op basis van artikel 11 verleende subsidie
definitief vast binnen drie maanden na de ontvangst van de in artikel 20
bedoelde bescheiden.
4 Het college kan de in het eerste en tweede lid bedoelde termijn bij
gemotiveerd besluit met ten hoogste drie maanden verlengen. Zij stellen
de instelling hiervan voor de afloop van de in het eerste en tweede lid
bedoelde termijn in kennis.
5 Indien uit de overgelegde bescheiden blijkt dat de verleende subsidie
overeenkomstig haar bestemming is gebruikt, vindt definitieve
vaststelling dienovereenkomstig plaats.
Het college kan besluiten tot definitieve vaststelling op een
lager dan het aanvankelijk verleende bedrag indien:
de instelling het werkplan niet of in onvoldoende mate
heeft gerealiseerd;
de instelling de voorschriften verbonden aan de
beschikking tot subsidieverlening niet of niet volledig
is nagekomen;
de instelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft
verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot
subsidieverlening zou hebben geleid;
de subsidieverlening onjuist was en de instelling dit
wist of behoorde te weten.
Het college kan in het geval van een waarderingssubsidie, een
exploitatiesubsidie, een eenmalige subsidie, een
garantiesubsidie of een investeringssubsidie, de
subsidieverlening overslaan en direct een beschikking tot
subsidievaststelling geven. Artikel 15 lid 1,2,3,4 en lid 6 en 7
en artikel 16 zijn in dat geval van overeenkomstige
toepassing.
Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling
binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald, onder
verrekening van betaalde voorschotten.
Het college kan, volgens daartoe in de uitwerkingsovereenkomst
bij de beschikking vastgelegde afspraken, eventuele
huurbedragen, welke verschuldigd zijn voor huur van
gemeentelijke accommodaties, en overige vorderingen op de
instelling, verrekenen bij de uitbetaling van de subsidie.