**1..** Het college kan bij de verlening en/of vaststelling van een subsidie
de door de instelling gevormde financiële reserves en/of
voorzieningen op het subsidiebedrag in mindering brengen.
**2..** Het college bepaalt afhankelijk van de aard en omvang van de
activiteiten van de instelling welk percentage van de jaarlijkse
exploitatie-uitgaven mag worden aangehouden als grondslag voor de
vorming van een algemene reserve. Als norm wordt hierbij uitgegaan
van een percentage van maximaal 15 procent.
**3..** Het college kan overschrijding van het in het tweede lid bedoelde
maximum toestaan. Zij kan deze overschrijding binden aan een termijn
en aan hun beslissing voorschriften verbinden.
**4..** Het hanteren van overige dan de in lid 2 bedoelde reserves en
voorzieningen is slechts mogelijk indien hiervoor nadrukkelijk
toestemming is verleend door het college.
**5..** Onttrekkingen aan bestemmingsreserves mogen alleen aan de daarvoor
met toestemming verleende doelen worden besteed. De instelling dient
onttrekkingen aan deze reserves te verantwoorden in de jaarrekening.
**6..** De omvang van een voorziening dient te zijn gebaseerd op een
meerjarenraming van de ten laste van de voorziening te brengen
kosten.
**7..** Een instelling brengt het voornemen tot het bezwaren van onroerend
goed met zakelijke rechten of tot vervreemding of wijziging van de
bestemming van onroerend goed dat mede met financiële inspanning van
het gemeentebestuur tot stand is gekomen of in stand is gehouden,
onverwijld ter kennis van het college.
**8..** De instelling is bij bezwaring, vervreemding of wijziging van de
bestemming van het onroerend goed, bedoeld in het zevende lid, een
vergoeding verschuldigd welke door het college wordt
vastgesteld.
**9..** Een voorgenomen bezwaring, vervreemding of wijziging van de
bestemming van het onroerend goed, bedoeld in lid 7, mag niet
plaatsvinden voordat het college de in het achtste lid bedoelde
vergoeding hebben vastgesteld.