Het college kan de subsidievaststelling met terugwerkende kracht
intrekken of ten nadele van de instelling wijzigen:
op grond van feiten of omstandigheden waarvan zij bij de
subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte
konden zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan
overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn
vastgesteld;
indien de subsidievaststelling onjuist was en de
instelling dit wist of behoorde te weten;
indien de instelling na de subsidievaststelling niet
heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
verplichtingen.
De subsidievaststelling kan niet worden ingetrokken of ten
nadele van de instelling worden gewijzigd indien vijf jaren zijn
verstreken sedert de dag waarop zij is bekend gemaakt, dan wel,
in het geval bedoeld in lid 1 sub c, sedert de dag waarop de
handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag
waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.
Artikel 25 lid 2 en 3 zijn bij de intrekking of wijziging van de
subsidievaststelling van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 26
Intrekking en wijziging van de subsidievaststelling met terugwerkende kracht
Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2009