a Het college geeft met betrekking tot een beschermd kerkelijk monument geen beschikking ingevolge de bepalingen van artikel 10, lid a, dan in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een beschikking betreft, waarbij wezenlijke belangen voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging in het monument in het geding zijn.
b Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies van de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed, maar in ieder geval binnen twaalf weken, ofwel bij verlenging van de termijn binnen vierentwintig weken, na ontvangst van de aanvraag, op de aanvraag van de vergunning.
c Het college kan de in lid b genoemde termijn van twaalf weken met ten hoogste twaalf weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan in kennis stelt binnen de in lid b genoemde termijn van acht weken.
d Indien het college niet voldoet aan lid b of c, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.
e Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij op voorgeschreven wijze kenbaar is gemaakt of van rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist.
f Het college maakt de vergunningaanvraag en verlening op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 13
Beslissing van het college op de aanvraag
Onderdeel van Monumentenverordening Wassenaar 2004