a De vergunning kan door het college worden ingetrokken:
indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
indien blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;
indien de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het ongewijzigd blijven van het monument zwaarder dient te wegen;
indien de vergunninghouder schriftelijk een verzoek tot intrekking indient;
indien niet binnen 1 jaar na inwerkingtreding van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
indien de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed een met redenen omkleed advies heeft opgesteld.
b Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 14
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Monumentenverordening Wassenaar 2004