a Het is verboden zonder vergunning in een gemeentelijk archeologisch terrein of gebied, als bedoeld in artikel 1 lid a, onder 3 door middel van ingrepen de bestemming van de grond te veranderen, het grondwaterpeil te wijzigen of graafwerk te verrichten.
b Na advies van gedeputeerde staten van Zuid-Holland bepaalt het college bij de aanwijzing van een terrein of gebied tot gemeentelijk archeologisch terrein de diepte en oppervlakte waarop oppervlakkig graafwerk is toegestaan.