a Het college kan na advies van gedeputeerde staten van Zuid-Holland vergunning verlenen voor het bepaalde in artikel 19, indien de belangen waarvoor het terrein of gebied als archeologisch monument is aangewezen voldoende worden beschermd, gedocumenteerd of onderzocht.
b Een afschrift van de vergunning wordt ter kennisneming toegezonden aan de commissie Welstand en Cultureel Erfgoed en gedeputeerde staten van Zuid-Holland.
c Het college voert overleg met de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek en de gedeputeerde staten van Zuid-Holland indien er sprake is van een opgraving.