1. 1. De beraadslaging vangt aan bij het raadslid, waar, overeenkomstig artikel 17, de hoofdelijke stemming begint.
  2. 2. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.
  3. 3. Een lid, de burgemeester, een wethouder de griffier en de secretaris spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
  4. 4. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
  5. 5. Een lid, de burgemeester, een wethouder, de griffier en de secretaris voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.