**1..** De leden van de raad en de genodigden spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
**2..** De leden van de raad en de genodigden voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
**3..** De voorzitter kan bepalen dat de leden van de raad en de genodigden vanaf een andere plaats spreken.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 13
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van orde voor Raadsconferenties 2006