In de verordening moet de hoogte van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd worden vastgesteld. Deze bedragen kunnen niet hoger zijn dan de in de wet vastgelegde bedragen. Het uitgangspunt is dat de bedragen worden gehanteerd die in de verordening zijn opgenomen. In bijzondere omstandigheden kan de boete volgens het vierde lid lager worden vastgesteld.
Bij een gecombineerde reïntegratie- en inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken) zowel aanleiding is voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een verlaging op grond van artikel 18, tweede lid, WWB) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van een andere socialezekerheidswet of – regeling. Bij wet is geregeld dat het college bij samenloop géén bestuurlijke boete kan opleggen.
Artikel 8
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Hoorn 2011