In dit artikel is geregeld dat een hogere boete wordt opgelegd bij herhaling van de overtreding binnen een bepaald tijdsbestek. Deze verhoogde boetebedragen mogen uiteraard niet hoger zijn dan de in de wet vastgelegde bedragen.
Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke boete op. De boete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel 8, derde lid, van de verordening. Op grond van artikel 32 WI moet het college in de boetebeschikking een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog het inburgeringsexamen moet behalen. Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze nieuwe termijn het inburgeringsexamen niet heeft behaald, maakt het derde lid van dit artikel het mogelijk om een hogere boete vast te stellen. Het wettelijk maximum bedraagt € 1000 (zie artikel 34, onderdeel d, WI). Ook in dat geval moet in de boetebeschikking een nieuwe termijn worden opgenomen waarbinnen de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet behalen.
Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn het inburgeringsexamen niet heeft behaald, regelt het vierde lid dat het college wederom een hogere bestuurlijke boete kan opleggen. De boete in het vierde lid geldt ook voor alle hierop volgende overschrijdingen van termijnen door de inburgeringsplichtige.
Artikel 9
Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Hoorn 2011