Burgemeester en wethouders zullen een onttrekkingsvergunning intrekken,
indien:
niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of
omzetting;
de vergunning is verleend op grond van de door de
vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of
redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
waren.
De vergunninghouder wordt vier weken voorafgaand aan het besluit
om intrekking in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze in te
dienen naar aanleiding van het voornemen tot intrekking.