**1..** Burgemeester en wethouders verlenen voor een tijdelijke
woonruimteonttrekking alleen een onttrekkingsvergunning indien de
aanvrager aantoont dat een situatie bestaat die een tijdelijke
woonruimteonttrekking rechtvaardigt en waarbij vast staat dat die
woonruimteonttrekking niet langer dan vijf jaar zal duren;
**2..** Burgemeester en wethouders nemen in de vergunning een
termijn op, waarna de onttrekking moet zijn beëindigd. Deze
termijn bedraagt niet meer dan vijf jaar.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen conform artikel 8 lid 2
financiële compensatie eisen.
Deze compensatie bedraagt dan 10% van die compensatie,
vermenigvuldigd met het aantal jaren waarvoor de tijdelijke
onttrekkingsvergunning is verleend.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen aan de onttrekkingsvergunning voor
tijdelijke woonruimteonttrekking de voorwaarde verbinden dat de
vergunninghouder een waarborgsom stort die gelijk is aan het bedrag
conform lid 3.
**5..** De waarborgsom als bedoeld in lid 3 wordt aan de vergunninghouder
terugbetaald nadat de onttrekking binnen de termijn als bedoeld in
lid 2 is beëindigd.
**6..** De waarborgsom als bedoeld in lid 4 vervalt aan het in artikel 8 lid
5 genoemde fonds indien de onttrekking niet binnen de termijn als
bedoeld in lid 2 is beëindigd.
**7..** De onttrekking zal pas mogen plaatsvinden als de verschuldigde
bijdrage of waarborgsom is voldaan.
**8..** Na afloop van de in lid 2 genoemde termijn moet binnen twaalf weken
de woonruimte weer toegevoegd zijn aan de woningvoorraad, ten minste
in de staat waarin de woonruimte verkeerde ten tijde van de
indiening van de aanvraag om onttrekking.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
Tijdelijke onttrekking
Onderdeel van Verordening wijziging woningvoorraad 2011