Burgemeester en wethouders zullen een splitsingsvergunning intrekken,
indien:
niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
geworden, is overgegaan tot overschrijving in de openbare
registers van de akte van splitsing in appartementsrechten,
bedoeld in
artikel 109 van boek 5 van het Burgerlijk wetboek, of tot het
verlenen van deelnemings- of lidmaatschaprechten;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
De vergunninghouder wordt vier weken voorafgaand aan het besluit
om intrekking in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze in te
dienen naar aanleiding van het voornemen tot intrekking.