Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag
van een splitsingsvergunning aan, indien:
voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop de
vergunningaanvraag betrekking heeft een
voorbereidingsbesluit als bedoeld in de Wet Algemene
Bepaling Omgevingsrecht (WABO) van kracht is met het oog
op de voorbereiding van een bestemmingsplan of van een
herziening daarvan,
dat besluit is genomen voordat de aanvraag om vergunning
werd ingediend, en
redelijkerwijs verwacht mag worden dat er strijdigheid
met het nieuw te komen bestemmingsplan komt.
De aanhouding als bedoeld in het vorig lid duurt tot het moment
dat het voorbereidingsbesluit ingevolge de WABO is
vervallen.
Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op een aanvraag
om een splitsingsvergunning aanhouden, indien de aanvrager
aannemelijk kan maken dat hij binnen een daarvoor redelijke
termijn de gebreken, als bedoeld in artikel 16 lid 3 met het oog
op de voorgenomen splitsing zal opheffen.
Indien burgemeester en wethouders de beslissing op een aanvraag
om een splitsingsvergunning in overeenstemming met het bepaalde
in het vorige lid aanhouden, vermelden zij in het besluit
tot
aanhouding welke gebreken met het oog op de voorgenomen
splitsing moeten worden hersteld en binnen welke termijn zij dit
redelijk achten.
Indien de in het besluit tot aanhouding vermelde gebreken zijn
hersteld binnen de in datzelfde besluit aangegeven termijn,
wordt de vergunning verleend.
Hoofdstuk 3
Artikel 17
Aanhouding van de splitsingsaanvraag
Onderdeel van Verordening wijziging woningvoorraad 2011