Het college ziet af van het opleggen van een
maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan éénjaar vóór
constatering door het college van die ge draging
heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een
schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als
gevolg van die gedraging ten onrechte bijstand is
verleend;
een maatregel wegens schending van de
inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop
van vijf jaren nadat de betreffende gedraging
heeft plaatsgevonden;
Het college kan afzien van een maatregel, en
volstaan met een waarschuwing indien het
verstrekken van onjuiste, onvolledige of niet
tijdige inlichtingen geen gevolgen heeft voor de
bijstand.
Geen waarschuwing wordt gegeven wanneer het niet
of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting plaatsvindt binnen een
periode van 12 maanden te rekenen vanaf de datum waarop
een eerdere waarschuwing of maatregel is gegeven of
opgelegd.
Het college kan afzien van het opleggen van een
maatregel indien het daarvoor dringende redenen
aanwezig acht. Omstandigheden die het rechtstreeks
gevolg van een als verwijtbaar aan te merken
gedraging zijn geen dringende redenen.
Indien het college afziet van het opleggen van
een maatregel op grond van dringende redenen,
wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
mededeling gedaan.
Artikel 6:
afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening Wet Werk en Bijstand 2011