**1..** Burgers, betrokkenen en geïnteresseerden kunnen meespreken over
de op de geagendeerde onderwerpen tijdens de
informatiecommissie;
Er kan niet worden meegesproken over onderwerpen die
niet op de agenda van de informatiecommissie staan.
De orde van de vergadering van de informatiecommissie
wordt bepaald door de voorzitter; meesprekers dienen
zich te houden aan de aanwijzingen en beslissingen van
de voorzitter;
**2..** Tijdens de besluitvoorbereidende commissie kunnen aanwezige
burgers, betrokkenen of andere geïnteresseerden gebruik maken
van het spreekrecht;
Direct na de opening van de vergadering kan het woord
gevoerd worden over niet-geagendeerde onderwerpen;
Over geagendeerde onderwerpen kan bij de behandeling van
het agendapunt het woord worden gevoerd;
De totale beschikbare spreektijd bedraagt 30 minuten.
Zij die zich als spreker hebben aangemeld, verkrijgen
van de voorzitter maximaal 5 minuten het woord. Indien
zich meer dan zes sprekers hebben aangemeld, wordt de
beschikbare spreektijd evenredig over hen verdeeld. De
voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de
maximale lengte van de spreektijd.
Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen
bezwaar en beroep openstaat of heeft
opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of
aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1
van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon
worden ingediend.
**e..** Degene, die van het spreekrecht als bedoeld in dit lid gebruik
wil maken, meldt dit ten minste 48 uur voor de aanvang van de
vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn
naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het
woord wil voeren.
**f..** De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
belang is van de orde van de vergadering.
**g..** De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
**h..** De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling
van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 4: › Paragraaf 2
Artikel 16
Meespreken en spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2011