1. De voorzitter deelt de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan
tenminste drie weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de
gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.
2. Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen
de belanghebbende(n) of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen
de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
3. De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het
tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken
voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbende(n) en het
verwerend orgaan medegedeeld.
4. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
of afwijkingen toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste,
tweede of derde lid.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 10
Uitnodiging hoorzitting
Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften personele aangelegenheden