Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2

Artikel 9

Hoorzitting

Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften personele aangelegenheden

1. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbende en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen. 2. De voorzitter beslist op de toepassing van de artikelen 7:3 en 7:17 van de wet. 3. Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemde artikelen besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan: a. de belanghebbende; b. het verwerend orgaan.

Rechtspraak bij dit artikel