Naar hoofdinhoud
De ombudsman is van rechtswege van zijn functie ontheven wanneer de benoemingstermijn is verstreken. De ombudsman kan door de gemeenteraad worden ontslagen met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden: op eigen verzoek; wegens opheffing van de functie van ombudsman; wanneer hij uit hoofde van ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen. De ombudsman kan voorts door de gemeenteraad worden ontslagen: bij de aanvaarding van een ambt of betrekking bij deze Verordening onverenigbaar verklaard met het ambt van ombudsman; bij het verlies van Nederlanderschap; wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; wanneer hij ingevolge onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; wanneer hij naar het oordeel van de raad door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen.

Rechtspraak bij dit artikel