Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2

Artikel 2.2.4

Betaald-voetbalwedstrijden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht

1.. Een organisator van een betaald-voetbalwedstrijd is verplicht tenminste vier weken voor de vastgestelde speeldag van een voetbalwedstrijd, daarvan schriftelijke kennisgeving te doen aan de burgemeester op een daartoe door de burgemeester vastgesteld formulier. 2.. De voorgeschreven kennisgeving, als bedoeld in artikel 2.2.4 eerste lid, wordt geacht eerst dan te zijn gedaan, wanneer het in voornoemd artikellid genoemde formulier volledig en naar waarheid ingevuld is en bovendien is ingeleverd op de plaats die op dat formulier staat vermeld. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving, alsmede de eventueel door de burgemeester gestelde voorschriften zijn vermeld. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is het is de betaald-voetbalorganisatie FC Dordrecht of haar rechtsopvolger verboden om zonder vergunning een voetbalwedstrijd te organiseren waarbij het eerste elftal van die betaald-voetbalorganisatie als thuisspelende ploeg is betrokken, tenzij er sprake is van wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateurvoetbalorganisatie. De betaald-voetbalorganisatie FC Dordrecht of haar rechtsopvolger is verplicht ten minste vier weken voor de aanvang van het voetbalseizoen een vergunning bij de burgemeester aan te vragen. De burgemeester kan de vergunning weigeren, wijzigen of intrekken indien hij van oordeel is dat een of meer afspraken, die vermeld zijn in het convenant ‘Betaald Voetbal’ tussen FC Dordrecht, Gemeente Dordrecht, Politie Zuid-Holland-Zuid, Openbaar Ministerie arrondissement Dordrecht, niet worden of kunnen worden nagekomen en/of de openbare orde en veiligheid gevaar loopt. De burgemeester verleent de vergunning als bedoeld in sub a, voor één voetbalseizoen, dat loopt van 1 juli van enig jaar tot 30 juni van het daarop volgende jaar met inachtneming van het bepaalde in het vorige lid. 4.. De burgemeester is gedurende het seizoen als bedoeld in lid 3 sub d bevoegd voor elk te spelen wedstrijd extra eisen te stellen aan de veiligheidsorganisatie. 5.. De burgemeester kan met betrekking tot een vergunning als bedoeld in lid 3 aan de betaald-voetbalorganisatie FC Dordrecht of haar rechtsopvolger voorschriften opleggen in het belang van de openbare orde en veiligheid; een specifieke voetbalwedstrijd aan de organisator voorschriften opleggen in het belang van de openbare orde en veiligheid. 6.. De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd verbieden: uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid; indien de krachtens het vijfde lid opgelegde voorschriften niet worden nageleefd; indien geen of niet tijdig schriftelijke kennisgeving is gedaan als bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel