Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.10

Terrassen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras in te richten en in gebruik te nemen en te houden. 2. De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften verbinden, onder andere ten aanzien van: de inrichting, situering en het gebruik van het terras; gedragsregels die op het terras in acht moeten worden genomen; de aanwezigheid en inrichting van tappunten op het terras; de brandveiligheid. 3. Op de vergunningaanvraag besluit de burgemeester - gelet op de openbare orde en veiligheid ter plaatse - tevens over de ingebruikneming van de openbare weg. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6, tweede lid, kan de burgemeester de in het tweede lid bedoelde ingebruikneming van de openbare weg weigeren: als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; als dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer, gebruik en onderhoud van de weg; als dat gebruik afbreuk doet aan een publieke functie van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan; als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 5. Als voor het uitvoeren van openbare werken of om enigerlei andere reden op eigen kosten verwijdering van het terras noodzakelijk is, zijn de exploitant en de leidinggevenden verplicht dit terstond of binnen de door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn, te verwijderen. 6. Het is verboden op of in de omgeving van een terras dranken en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse te verstrekken: buiten dat deel van de weg waarvan het gebruik ingevolge het bepaalde in het eerste en tweede lid is toegestaan; aan degenen die geen gebruik maken van de op dat terras aanwezige zitplaatsen. 7. De exploitant en de leidinggevenden zijn verplicht te zorgen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van het terras op de weg achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk uit of van dat terras afkomstig, worden verwijderd. 8. Het is de exploitant en de leidinggevenden voor het inrichten, in gebruik nemen en in gebruik houden van een terras verboden bezoekers toe te laten of te laten verblijven op andere tijdstippen dan tussen 08.00 tot 24.00 uur. 9. In afwijking van het in het vorige lid bepaalde is het de exploitant en de leidinggevenden verboden om voor het inrichten, in gebruik nemen en in gebruik houden van een terras op vrijdag en zaterdag bezoekers toe te laten of te laten verblijven op andere tijdstippen dan tussen 08.00 en 02.00 uur de volgende ochtend. 10. In afwijking van lid 8 en 9 kan de burgemeester door middel van een vergunningvoorschrift, een ander sluitingsuur of andere sluitingsuren vaststellen. 11. Buiten de tijdstippen als genoemd en bedoeld in de leden 8, 9 en 10 van dit artikel dienen tafels, stoelen en andere voorzieningen van de openbare weg te zijn verwijderd. De burgemeester kan van deze verplichting in bijzondere gevallen ontheffing verlenen indien het verwijderen fysiek onmogelijk is. Daarbij kunnen voorschriften worden gesteld met betrekking tot de wijze van opberging. 12. Alle voorzieningen ten behoeve van het terras moeten semi-permanent zijn. 13. Het bepaalde in artikel 2.3.2 leden 2 tot en met 4 is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel