**1.** De burgemeester kan:
bepalen dat het exploiteren van categorieën
inrichtingen, genoemd in artikel 2.3.1 onder a. al dan
niet beperkt tot een bepaald gebied, geheel of
gedeeltelijk van vergunningplicht is vrijgesteld;
nadere regels stellen aan de onder a genoemde
vrijstelling:
voor een bepaalde categorie inrichtingen of een bepaald
gebied grenzen stellen aan de te hanteren
sluitingstijden.
nadere voorschriften ter zake van de in deze paragraaf
bedoelde vergunning vaststellen.
**2.** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of
zedelijkheid de exploitant van een inrichting, waarin geen
andere dan alcoholvrije drank pleegt te worden verkocht,
verbieden in zijn inrichting personen beneden zestien jaren toe
te laten anders dan in gezelschap van een meerderjarige.
**3.** De leidinggevende dient gedurende de openingstijden in de
inrichting aanwezig te zijn.
**4.** In afwijking van het vorige lid kan de burgemeester ten aanzien
van paracommerciële rechtspersonen bepalen dat gedurende de
openingstijden in de inrichting aanwezig dient te zijn ofwel de
leidinggevende, ofwel een barvrijwilliger van 21 jaar of
ouder.
**5.** De vergunning dient steeds op eerste vordering van een bevoegd
controlerende ambtenaar ter inzage te worden afgegeven.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.4
Nadere regels en voorschriften
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht