Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.4

Nadere regels en voorschriften

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht

1. De burgemeester kan: bepalen dat het exploiteren van categorieën inrichtingen, genoemd in artikel 2.3.1 onder a. al dan niet beperkt tot een bepaald gebied, geheel of gedeeltelijk van vergunningplicht is vrijgesteld; nadere regels stellen aan de onder a genoemde vrijstelling: voor een bepaalde categorie inrichtingen of een bepaald gebied grenzen stellen aan de te hanteren sluitingstijden. nadere voorschriften ter zake van de in deze paragraaf bedoelde vergunning vaststellen. 2. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of zedelijkheid de exploitant van een inrichting, waarin geen andere dan alcoholvrije drank pleegt te worden verkocht, verbieden in zijn inrichting personen beneden zestien jaren toe te laten anders dan in gezelschap van een meerderjarige. 3. De leidinggevende dient gedurende de openingstijden in de inrichting aanwezig te zijn. 4. In afwijking van het vorige lid kan de burgemeester ten aanzien van paracommerciële rechtspersonen bepalen dat gedurende de openingstijden in de inrichting aanwezig dient te zijn ofwel de leidinggevende, ofwel een barvrijwilliger van 21 jaar of ouder. 5. De vergunning dient steeds op eerste vordering van een bevoegd controlerende ambtenaar ter inzage te worden afgegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel