**1.** Voor het verkrijgen van een vergunning dient de exploitant een
schriftelijke aanvraag in bij de burgemeester, aan de hand van
een daartoe vastgesteld aanvraagformulier.
**2.** Bij de aanvraag, als bedoeld in het vorige lid, wordt
tenminste:
opgaaf gedaan van de personalia en het adres van de
exploitant:
opgaaf gedaan van de personalia en het adres van alle
leidinggevenden;
opgaaf gedaan van het adres en de aard van de
inrichting;
overgelegd een niet meer dan drie maanden tevoren ten
behoeve van de exploitant en leidinggevenden afgegeven
verklaring omtrent het gedrag;
overgelegd een schriftelijke, ondertekende en gedateerde
verklaring, waaruit blijkt dat de eigenaar en/of
verhuurder van het pand waarin de inrichting is of zal
worden gevestigd, geen bezwaar heeft tegen de vestiging
van de inrichting in het pand;
overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de
inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan
en een plattegrond van de inrichting;
overgelegd een uittreksel van de Kamer van Koophandel en
Fabrieken niet ouder dan 3 maanden;
overgelegd een schriftelijke arbeidsovereenkomst van de
leidinggevende(n) met de exploitant.
**3.** De burgemeester kan bepalen dat nader te bepalen bescheiden
overgelegd dienen te worden.
**4.** De vergunning wordt uitsluitend verleend aan en op naam gezet
van de exploitant; de vergunning is niet overdraagbaar.
**5.** Op de vergunning worden tevens de namen van alle leidinggevenden
vermeld.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.5
Vergunningaanvraag
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht