Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.5

Vergunningaanvraag

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht

1. Voor het verkrijgen van een vergunning dient de exploitant een schriftelijke aanvraag in bij de burgemeester, aan de hand van een daartoe vastgesteld aanvraagformulier. 2. Bij de aanvraag, als bedoeld in het vorige lid, wordt tenminste: opgaaf gedaan van de personalia en het adres van de exploitant: opgaaf gedaan van de personalia en het adres van alle leidinggevenden; opgaaf gedaan van het adres en de aard van de inrichting; overgelegd een niet meer dan drie maanden tevoren ten behoeve van de exploitant en leidinggevenden afgegeven verklaring omtrent het gedrag; overgelegd een schriftelijke, ondertekende en gedateerde verklaring, waaruit blijkt dat de eigenaar en/of verhuurder van het pand waarin de inrichting is of zal worden gevestigd, geen bezwaar heeft tegen de vestiging van de inrichting in het pand; overgelegd een nauwkeurige beschrijving van de inrichting, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan en een plattegrond van de inrichting; overgelegd een uittreksel van de Kamer van Koophandel en Fabrieken niet ouder dan 3 maanden; overgelegd een schriftelijke arbeidsovereenkomst van de leidinggevende(n) met de exploitant. 3. De burgemeester kan bepalen dat nader te bepalen bescheiden overgelegd dienen te worden. 4. De vergunning wordt uitsluitend verleend aan en op naam gezet van de exploitant; de vergunning is niet overdraagbaar. 5. Op de vergunning worden tevens de namen van alle leidinggevenden vermeld.

Rechtspraak bij dit artikel