**1.** De burgemeester weigert de vergunning indien:
de vestiging en/of de exploitatie van de inrichting in
strijd is met een geldend bestemmingsplan of met een
stadsvernieuwingsplan en/of leefmilieuverordening in de
zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;
niet voldaan is aan de ingevolge deze paragraaf voor de
exploitant en leidinggevenden geldende eisen;
**2.** De burgemeester kan de vergunning weigeren, als naar zijn
oordeel
de openbare orde gevaar loopt en/of,
het woon- of leefklimaat in de omgeving van de
inrichting door de aanwezigheid van de inrichting
nadelig wordt beïnvloed en/of
uit de vergunningaanvraag blijkt, dat in of vanuit de
inrichting alcoholhoudende dranken in combinatie met
middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet
zullen worden gebezigd.
**3.** Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde
weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en van de wijk waarin de
inrichting is gelegen of zal komen te liggen;
de aard van de inrichting;
de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
blootstaat of bloot zal komen te staan door de
exploitatie van de inrichting;
de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant en/of
leidinggevenden in deze of in andere inrichtingen,
alsmede zijn en/of hun antecedenten.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.6
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht