Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.6

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Dordrecht

1. De burgemeester weigert de vergunning indien: de vestiging en/of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan of met een stadsvernieuwingsplan en/of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing; niet voldaan is aan de ingevolge deze paragraaf voor de exploitant en leidinggevenden geldende eisen; 2. De burgemeester kan de vergunning weigeren, als naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt en/of, het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting door de aanwezigheid van de inrichting nadelig wordt beïnvloed en/of uit de vergunningaanvraag blijkt, dat in of vanuit de inrichting alcoholhoudende dranken in combinatie met middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet zullen worden gebezigd. 3. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met: het karakter van de straat en van de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen; de aard van de inrichting; de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting; de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant en/of leidinggevenden in deze of in andere inrichtingen, alsmede zijn en/of hun antecedenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel