Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 6

Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad

1.. Er is een commissie voor: het onderzoeken van de aan de raad ingezonden geloofsbrieven van een tot lid van de raad benoemde en van de overige door de Kieswet geëiste stukken, welke met de geloofsbrieven zijn overgelegd; het onderzoeken van de benoembaarheid van de kandidaten die aan de raad worden voorgesteld om te worden benoemd tot wethouder, waarbij getoetst wordt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet en de door de raad voor wethouders vastgestelde gedragscode. 2.. Deze commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden, te benoemen door en uit de raad in de eerste vergadering van elke zittingsperiode. Bij ontstentenis van één van deze leden van de commissie wordt deze vervangen door een door en uit de raad te benoemen plaatsvervangend lid. 3.. De benoeming geschiedt voor de duur van de zittingsperiode van de raad en gaat in op het tijdstip waarop deze wordt aanvaard. 4.. De voorzitter en de leden van deze commissie kunnen te allen tijde tussentijds ontslag vragen. 5.. De raad kan te allen tijde tussentijds aan de voorzitter of een lid van de commissie, anders dan op eigen verzoek, ontslag verlenen. 6.. Degene die ophoudt lid van de raad te zijn, houdt tevens op voorzitter of lid van de commissie te zijn. 7.. Alleen degene aan wie op zijn verzoek ontslag wordt verleend, blijft als voorzitter of als lid deel uitmaken van de commissie totdat de opvolger de benoeming heeft aanvaard.

Rechtspraak bij dit artikel