Naar hoofdinhoud
1.. Bij elke benoeming van nieuwe leden onderzoekt de commissie de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van het stembureau. 2.. De commissie brengt na haar onderzoek schriftelijk verslag uit aan de raad omtrent de benoembaarheid van de kandidaat. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3.. De raad besluit daarna in dezelfde vergadering, behoudens in het geval voorzien in artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet, over de toelating van de benoemde of, indien uitstel nodig wordt geacht, op een daartoe door de raad op voorstel van de voorzitter te bepalen tijdstip. 4.. De voorzitter roept een toegelaten lid op om in de eerste vergadering, waarin hij zijn functie volgens de Kieswet kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte, af te leggen. 5.. Bij de benoeming van een wethouder is de werkwijze van de commissie overeenkomstig het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel