De gemeenteraad stelt het welstandsbeleid vast
Op grond van de Woningwet is de gemeente verplicht om criteria vast te stellen, als zij welstandstoezicht wil uitoefenen. De criteria zijn opgenomen in een welstandsnota die door de gemeenteraad is vastgesteld. In de Woningwet wordt weliswaar nog gesproken van ‘redelijke eisen van welstand’, maar die moeten zoveel mogelijk worden geconcretiseerd in gebieds- en objectgerichte criteria. Per gebied kan de gemeente de toetsingscriteria specificeren om daarmee zoveel mogelijk recht te doen aan het karakter en de kwaliteit van een gebied. Voor kleinere bouwwerken moet de gemeenteraad sneltoetscriteria vaststellen. Deze geven meteen duidelijkheid of een bouwwerk al dan niet voldoet aan welstandseisen. De bouwwerken waarvoor sneltoetscriteria moeten worden opgesteld, zijn aangegeven in een AMvB. Uitvoering van welstand door B&W
De nieuwe Woningwet verplicht B&W om vergunningplichtige bouwwerken aan welstandscriteria te toetsen. Daarvoor wordt advies gevraagd aan een onafhankelijke welstandscommissie. B&W zijn verantwoordelijk voor het besluit om de vergunning te verlenen. Evaluatie van de welstandsnota
De Woningwet verplicht B&W om de gemeenteraad, tenminste eenmaal per jaar een verslag voor te leggen waarin zij uiteenzetten hoe zij het welstandsbeleid hebben toegepast. Ook de welstandscommissie moet in een jaarlijks verslag verantwoording afleggen over haar werkzaamheden. Tenminste eenmaal per jaar vindt een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de welstandscommissie. Handhaving
De gemeente voert een handhavingsbeleid waar het gaat om het bewaken van de ruimtelijke kwaliteit. Inspecties worden verricht door Bouw- en Woningtoezicht, die erop zijn gericht om te controleren of bouwplannen conform de verleende vergunning worden uitgevoerd. Excessenregeling
De gemeente heeft de mogelijkheid om repressief in te grijpen indien vergunningvrije bouwwerken in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Dit is het geval indien sprake is van excessen: buitensporigheden in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident zijn. De excessenregeling is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan. Op grond van artikel 19 WW kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar dan aanschrijven om de strijdige situatie ongedaan te maken. In geval van een exces moeten burgemeester en wethouders kunnen verwijzen naar algemene welstandscriteria. Afwijken van het welstandsadvies
Burgemeester en wethouders kunnen, mits met redenen omkleed, afwijken van het advies van de welstandscommissie. Indien dit gebeurt op welstandsgronden, krijgt eerst de vaste welstandscommissie de mogelijkheid tot heroverweging van het advies. Indien dat niet tot een oplossing leidt, kan een second opinion worden gevraagd. Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen, eventueel op advies van de welstandscommissie, ook gemotiveerd afwijken van de welstandscriteria. Dit kan gebeuren bij plannen die niet voldoen aan de vastgelegde criteria maar wél een kwalitatieve toevoeging aan hun omgeving vormen. Ook kan het voorkomen dat plannen die tegemoet komen aan de gebiedscriteria en/of objectgerichte welstandscriteria toch een zodanig slechte kwaliteit hebben dat ze afbreuk doen aan hun omgeving. In die gevallen moet worden verwezen naar algemene beoordelingscriteria die in de welstandsnota zijn opgenomen. Second opinion
De gemeente kan besluiten om een second opinion over een bouwplan te vragen. In dat geval wordt de bouwaanvraag voorgelegd aan een commissie buiten het Gelders Genootschap. Hierover wordt contact opgenomen met de Federatie Welstand. Indienen van bezwaar
Er staat geen rechtstreeks bezwaar open op het advies van de welstandscommissie. Belanghebbenden kunnen wel bezwaar indienen tegen de beslissing van burgemeester en wethouders op de aanvraag voor een vergunning (naar aanleiding van het welstandsadvies). Belanghebbenden zijn in de regel de planindiener en de direct omwonenden.