**2.3.1.** Voor informatie over het indienen van bouwplannen kan men terecht bij het digitale omgevingsloket of het de omgevingsloket in het gemeentehuis. Allereerst wordt bepaald of het bouwplan vergunningvrij of vergunningplichtig is. Een aantal kleinere bouwwerken is in Wabo vergunningvrij. Welke bouwwerken dit zijn, is aangegeven in Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. De gemeente adviseert om vóór het uitvoeren van vergunningsvrije bouwplannen toch contact op te nemen met het omgevingsloket (voorheen bouwbalie), zodat advies en inlichtingen kunnen worden gegeven. Dan kan eventueel repressief ingrijpen (achteraf) door de gemeente voorshands worden voorkomen. Repressief toezicht is mogelijk indien een (vergunningsvrij) bouwwerk achteraf in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Dit kan tot gevolg hebben dat het bouwwerk alsnog moet worden aangepast of in ernstige gevallen moet worden afgebroken.
Indien voor een bouwwerk een vergunning nodig is, toetst de ambtenaar aan de bepalingen van het bestemmingsplan, de bouwverordening, het bouwbesluit en indien van toepassing de monumentenverordening. Deze wettelijke kaders vormen de randvoorwaarden waarbinnen het bouwplan zal worden getoetst. Ten behoeve van de welstandstoets zorgt de ambtenaar voor de benodigde bescheiden om het bouwplan te kunnen toetsen. Relevante informatie is o.a.:
• het welstandsbeleid;
• bestemmingsplanbepalingen;
• beeldkwaliteitplannen;
• redengevende omschrijvingen bij beschermde monumenten en gebieden;
• andere relevante stedenbouwkundige visies;
• (lucht)foto’s. Bij het vooroverleg wordt het bouwplan bekeken aan de hand van een schetsplan. Dure bouwkundige tekeningen hoeven in deze fase nog niet te worden aangeleverd.
**2.3.2.** Een aantal categorieën kleinere bouwplannen blijft ook onder de Wabo vergunningplichtig, met name de bouwwerken voor of aan de voorzijde. De gemeenteraad heeft medewerkers van de afdeling vergunningverlening en handhaving gemandateerd om deze plannen via een ‘sneltoets’ aan de welstandscriteria te toetsen. Bij twijfel, of indien de plannen niet voldoen aan de sneltoetscriteria worden de plannen alsnog voorgelegd aan de rayonarchitect of aan de welstandscommissie.
**2.3.3.** De rayonarchitect behandelt tijdens zijn bezoek aan de gemeente de ingediende bouwplannen. De rayonarchitect heeft een mandaat voor advisering gekregen in het geval van bouwplannen:
• die vergunningplichtig zijn;
• die een relatief geringe ruimtelijke betekenis hebben;
• die aan de hand van concrete richtlijnen in het welstandsbeleid beoordeeld kunnen worden;
• waarover, gelet op meerdere vergelijkbare gevallen, de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld.
Aanvragers en ontwerpers kunnen desgewenst een toelichting op het bouwplan geven en vooroverleg hierover voeren.
**2.3.4.** In het vooroverleg wordt gesproken over ontwerpuitgangspunten zoals die uit het ruimtelijk beleid van de gemeente voortvloeien. Op basis van schetsplannen kan dan worden bepaald of een bouwplan past binnen deze uitgangspunten. Er is bij vooroverleg nog geen sprake van een officiële aanvraag. Het leidt dan ook niet tot gemeentelijke beslissingen waaraan een rechtsgevolg is verbonden. Dat ontstaat pas als de initiatiefnemer formeel de vergunning aanvraagt.
Vooroverleg over kleinere bouwplannen vindt met de behandelend ambtenaar of de rayonarchitect plaats. Bij grotere en complexere plannen vindt het vooroverleg met de voltallige commissie plaats. Het initiatief tot vooroverleg kan zowel van de commissie, de gemeente als de aanvrager zelf komen.
**2.3.5.** De welstandscommissie vergadert in het openbaar. Dit heeft als voordeel dat alle betrokken partijen meteen op de hoogte kunnen zijn van de advisering en een inbreng in de discussie over het bouwplan kunnen hebben. Opdrachtgevers en ontwerpers krijgen zowel bij de commissie als bij de rayonarchitect de gelegenheid om de behandeling van hun plan toe te lichten. De gemeente zorgt ervoor dat aanvragers in die gevallen een uitnodiging ontvangen.
De vergadering van de welstandscommissie wordt door de gemeente aangekondigd.
De agenda voor de commissievergadering wordt in overleg met de gemeentelijk ambtenaar bepaald.
**2.3.6.** De welstandscommissie brengt advies uit aan B&W over de vraag of een bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de criteria in de welstandsnota. Een welstandsadvies kan de volgende uitkomsten hebben:
Akkoord
Het plan voldoet aan de welstandscriteria. Desgewenst motiveert de commissie haar advies schriftelijk.
Akkoord mits
De commissie adviseert het plan te laten aanpassen omdat het op een aantal punten (nog) niet voldoet aan de criteria.
Niet akkoord
De commissie brengt een negatief advies uit omdat het plan niet voldoet aan de welstandscriteria. Bij een negatief advies gaat het meestal om ingrijpende wijzigingen. De commissie motiveert haar negatieve advies en verwijst daarbij naar de van toepassing zijnde welstandscriteria. Aanhouden
De welstandscommissie kan het advies aanhouden wanneer meer informatie of een toelichting van de ontwerper noodzakelijk is.