**4.11.1.** Stedenbouwkundige, landschappelijke en bebouwingskenmerken
De recreatieterreinen, sportcomplexen, begraafplaatsen en parken kenmerken zich door het vele groen en weinig bebouwing. De bebouwing is specifiek en divers.
Recreatieterreinen
Bij Kesteren is een aantal campings te vinden, deze passen goed in de kleinschalige halfopen structuur van de oeverwal. Het stacaravanterrein bij Eldik is zichtbaar vanaf de dijk en vormt door zijn grootschaligheid een grotere inbreuk op het landschap. Stacaravanterrein bij Eldik Sportpark Echteld
Sportparken
Sportcomplexen zijn van oudsher aan de randen van de kernen gelegen. In Echteld, IJzendoorn, Kesteren, Opheusden en Dodewaard zijn sportcomplexen aanwezig met bijbehorende kantines en kleedruimtes. Het overgrote deel van de velden zijn bestemd voor voetbal en tennis. Sportparken worden meestal door hoge hekken en opgaande beplanting van hun omgeving gescheiden. De meeste gebouwen op sportparken zijn geschakelde bouwwerken van lichtgekleurde of aardekleurige (bak)steen met een plat dak. De accentkleuren verschillen en zijn meestal afhankelijk van de clubkleuren. Parken en groengebieden
De parken zijn voornamelijk groene stroken, alleen in Kesteren is rond de oude Rijnbandijk een echt park ontstaan. Verder heeft het kasteel de Wijhenburg in Echteld een kasteeltuin dat als park functioneert. Andere groene gebieden zijn de uiterwaarden, wielen en randen van woongebieden. Begraafplaatsen
Begraafplaatsen nemen een belangrijke plek in de kernen in. Ze zijn omsloten door hagen en hekwerken. De bebouwing bevindt zich meest aan de entree. Op de begraafplaats van Opheusden staan grote oude bomen, waardoor de plek een zeer groene uitstraling krijgt. Schoolgebouw Ochten Stationsgebouw Kesteren
Bijzondere gebouwen
De bijzondere gebouwen in de gemeente Neder-Betuwe liggen verspreid in en rond de zes kernen. Het gaat hierbij om gebouwen die afwijken van hun omgeving door hun specifieke uitstraling en functie, zoals scholen, kerken, verzorgingstehuizen, sporthallen en bijvoorbeeld het station van Kesteren. Enkele gebouwen hebben een grote historische waarde en zijn benoemd tot gemeentelijk of rijksmonument. Aangezien het hier individuele bebouwing betreft zijn er geen algemene kenmerken te geven. Ieder gebouw is geheel anders van vorm, materiaal, kleur en functie. Veranderingsproces
Over het algemeen zal er weinig veranderen bij bijzondere gebouwen en begraafplaatsen. Bebouwing bij sportparken en verzorgingstehuizen kunnen nog wel eens worden aangepast of uitgebreid. Dit geldt in mindere mate voor de bebouwing van recreatieterreinen. Een aantal gebouwen zal door hun functie of historische achtergrond weinig of niet veranderen, zoals kerken.
**4.11.2.** Algemeen
Een groot deel van de sportparken wordt door vrijwilligers beheerd. Vaak zijn er weinig financiële middelen beschikbaar om bijvoorbeeld een nieuwe aanbouw te realiseren. Architectonische kwaliteit is bij dit soort complexen mede hierdoor moeilijk haalbaar. Het nastreven van een verzorgde uitstraling met sobere materialen zal wel haalbaar moeten zijn. Het welstandstoezicht van bijzondere gebouwen is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van gewaardeerde of gewenste karakteristieken van deze gebouwen. Het individuele karakter staat centraal. Ingrepen die tot een verstoring van het beeld van deze gebouwen leiden, dienen te worden vermeden. Differentiatie welstandsniveaus
De meeste groengebieden hebben welstandsniveau 2 toegewezen gekregen vanwege de aanleiding alert te blijven op de ruimtelijke kwaliteit. Het Kasteel de Wijhenburg en omgeving, het park langs de Rijnbandijk in Kesteren en de begraafplaatsen wordt vanwege het historisch belang getoetst op welstandsniveau 1. Waardevolle beeldbepalende gebouwen zoals de kerken en het oude gemeentehuis van Opheusden worden getoetst op welstandsniveau 1. Deze bebouwing straalt namelijk een hoge ruimtelijke kwaliteit uit en er wordt dan ook een hoog ambitieniveau nagestreefd.
**4.11.3.** Situering
1. Gebouwen staan geclusterd of in onderlinge samenhang op het terrein geplaatst.
2. Het individuele karakter van de bijzondere bebouwing ten opzichte van de omgeving dient gehandhaafd te blijven.
3. De positie en oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing zijn richtinggevend bij nieuwbouw.
Massa en vorm
4. De hoofdvorm van de gebouwen is eenduidig.
5. De bestaande schaal van de bebouwing in de omgeving is het uitgangspunt bij uitbreiding en vervanging.
6. Nieuwe bebouwing zal in harmonie met de bestaande bebouwing ontworpen moeten worden.
7. Aan- en bijbouwen houden rekening met de herkenbaarheid van de hoofdbebouwing. Gevels
8. Bij renovatie of vervangende nieuwbouw sluit de stijl aan op die van de bebouwing in de omgeving of de oorspronkelijke stijl.
9. De maat en schaal van de gevelindeling worden gerespecteerd.
10. De functies dienen in de gevel afleesbaar te blijven.
11. Entrees dienen duidelijk herkenbaar te zijn.
12. De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft uitgangspunt in geval van splitsing.
Materiaalgebruik
13. Bij verbouwing of renovatie is het oorspronkelijke materiaalgebruik van de bestaande bebouwing uitgangspunt.
14. Materialen van één complex op elkaar afstemmen. Kleurgebruik
15. Bij verbouw of renovatie het oorspronkelijke kleurgebruik tot uitgangspunt nemen.
16. Kleuren van één complex op elkaar afstemmen. Detaillering
17. Kozijnen, dakranden, regenpijpen en dergelijke zijn op eenvoudige wijze gedetailleerd.
18. Bij verbouw of renovatie van bijzondere gebouwen respecteren van eventuele kenmerkende ornamentiek, zoals dak- en gevellijsten, plinten en speklagen. Afwerking erven
19. Erfafscheidingen van bijzondere gebouwen dienen te passen bij de stijl en de tijdgeest van de bebouwing, bijvoorbeeld hagen, lage muren of sierhekwerk.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.11
Deelgebied 11: recreatieterreinen, bebouwing bij sportparken, parken, groengebieden, begraafplaatsen en overige bijzondere gebouwen.
Onderdeel van Welstandsnota 2011