Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.10

Deelgebied 10: Dijklinten

Onderdeel van Welstandsnota 2011

4.10.1. Stedenbouwkundige en landschappelijke kenmerken De dijken zijn een van de belangrijkste cultuurhistorische waardevolle elementen in de gemeente Neder-Betuwe die de dorpen en hun buitengebied aan elkaar smeden. Vanaf de dijk wordt het omliggende landschap optimaal beleefd; aan de ene kant is de openheid van de rivieren en de uiterwaarden te ervaren, aan de andere zijde de gevarieerdheid van het agrarische landschap, de boerderijen en de dorpen. Dijkhuisje Rijnbandijk bij Kesteren Dijkhuisjes Rijnbandijk bij Opheusden   Van oorsprong komt tegen of onder aan het dijklichaam bebouwing voor. Door de verzwaring van de Waalbandijk en de Rijnbandijk zijn in de gemeente Neder-Betuwe een groot aantal van deze traditionele dijkhuizen verdwenen. Ten noordoosten van Kesteren heeft de Rijnbandijk geen waterkerende functie en is daardoor niet meegenomen bij de dijkverhogingen. Hier is het afwisselende beeld van een kronkelende dijk met wielen, dijkhuisjes en boomgaarden nog intact. Kenmerkend voor de gemeente Neder-Betuwe is de variatie in grootte, stijl en gerichtheid van de dijkpanden. Grote, voorname T-boerderijen worden afgewisseld door kleine arbeidershuizen en statige dijkhuizen. Daar tussen liggen boomgaarden, moes- en siertuinen. Langs de Rijnbandijk bij Opheusden is de bebouwing verdicht bij de kern, vanaf de dijk is er zicht op achterkanten van de verder gelegen bebouwing en boomkwekerijen. Er is een grote variatie in afstanden en situering van de bebouwing ten opzichte van de dijk. In Dodewaard zijn twee kerken en historische bebouwing aan de voet van de Waalbandijk gelegen, evenals een karakteristiek dijkhuis. Ook in IJzendoorn bevindt zich een kerk aan de voet van de dijk. De bebouwing is hier niet op de dijk gericht, waardoor het groene beeld van de achtertuinen domineert. Tussen Dodewaard en Ochten ligt een rijtje kleine arbeiderswoningen op dijkhoogte dat gespaard is gebleven bij de dijkverbredingen. Nieuwe dijkbebouwing bij Ochten Voornaam dijkhuis, Dodewaard   In Ochten is grote, nieuwe bebouwing op de dijk georiënteerd met tuinen op dijkniveau. De dijk functioneert als een boulevard met horeca en uitkijkplekken met zicht op de uiterwaarden. Het oostelijk deel van Ochten ligt met de achterkant naar de dijk, hier is de dijk slechts een groene achtergrond voor een speelplek en een hondenuitlaatstrook. Over het algemeen kan gezegd worden dat dijkbebouwing in het buitengebied door de onderlinge royale tussenruimten en de lagere situering ten opzichte van de dijkweg meestal wordt beleefd als onderdeel van het weidse rivierenlandschap. De gebouwen liggen aan de voet van de dijk en worden ontsloten via de weg op de dijk. Het hoogteverschil tussen de weg en de ingang wordt overwonnen door trappen en/of afritten. Bebouwingskenmerken Aan de voet van de dijk staan enkele boerderijen met een dwarshuis en de schuren ernaast of erachter. De grotere huizen en de voorhuizen van de boerderijen hebben meestal een schilddak, vaak met donkere pannen. Bij uitzondering zijn ze met riet afgedekt. De kleinere arbeidershuizen liggen tegen de dijk aan. Soms komt alleen de kap boven de kruin van de dijk uit en is de bebouwing georiënteerd op de veldzijde. Deze huizen worden gekenmerkt door een zadeldak, soms met wolfseinden. Een opvallend kenmerk van de dijkbebouwing is dat veel gevels wit geverfd zijn of gepleisterd met een donkere plint. De indeling van de gevel is overwegend traditioneel, licht verticaal en eenvoudig, zonder ornamentiek uitgewerkt. De meeste dijkhuizen hebben daklijsten, plinten en soms luiken en dakkapellen. Veranderingsproces De afgelopen jaren hebben langs de dijken grote veranderingen plaatsgevonden in het kader van de dijkverbeteringen, hierdoor zijn veel karakteristieke dijkhuizen verloren gegaan. Deze veranderingen worden deels gecompenseerd door de ontwikkeling van nieuwe bebouwing langs de dijk. Het bedrijventerrein De Heuning is naar de dijk toe gegroeid, met een schaal- en sfeerverschil als gevolg. Veel bebouwing aan de voet van de dijk staat met de achterkant richting dijk gekeerd, hetgeen minder fraaie uitzichten tot gevolg kan hebben. In de komende tijd zijn geen grote veranderingen langs of op de dijken te verwachten. 4.10.2. Algemeen Dijkbebouwing is nauw verbonden met de karakteristiek van het rivierenlandschap en heeft grote landschappelijke en vaak ook een cultuurhistorische waarde. Het welstandstoezicht is gericht op het behoud en waar mogelijk herstel van het karakter van de dijklinten. Verdichting en schaalvergroting worden tegengegaan. Ingrepen in plaatsing, schaal of vormgeving zijn meestal goed zichtbaar en kunnen de belevingswaarde van het landschap aantasten. Dit geldt in hoge mate voor het gebruik en de inrichting van de erven die vanaf de dijk zichtbaar zijn, maar ook voor de gebouwen die langs de dijken gesitueerd zijn. Differentiatie welstandsniveaus De structuur van dijken met hun bebouwing is van cruciale betekenis voor het totaalbeeld van de dorpen en het landschap. De dijken en de daaraan grenzende bebouwing inclusief erven hebben dan ook welstandsniveau 1. 4.10.3. Situering 1. Hoofdbebouwing staat met de gevel dicht op de weggrens of aan de voet van de dijk. 2. Positie en oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing ten opzichte van de dijk is richtinggevend bij nieuwbouw. 3. Het overwegend open bebouwingsbeeld van individuele panden wordt in stand gehouden. Massa en vorm hoofdgebouw 4. Bij renovatie of verbouw van bebouwing dient de originele vorm het uitgangspunt te zijn. 5. Nieuwbouw dient in hoofdmassa afgestemd te zijn op de naburige bebouwing. 6. Eenduidige hoofdvorm met kap. 7. Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en gesitueerd aan de achtergevel. Massa en vorm bijgebouwen 8. Bedrijfsgebouwen bestaan uit een onderlaag met plint en een (flauw) hellend zadeldak. 9. Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en zijn eenvoudig van vorm. Gevels 10. Gemetselde gevels met openingen voor  ramen en deuren. 11. Bij verbouw en renovatie dient aansluiting gevonden te worden bij de bestaande gevelopeningen van het pand. 12. Zijgevels die duidelijk zichtbaar zijn vanaf de straat moeten met aandacht worden vormgegeven. 13. In de gevelopbouw moet een begrenzing van de onderzijde plint en een begrenzing van de bovenzijde goot- of kroonlijst zichtbaar zijn. 14. Onderverdeelde ramen. Kleur- en materiaalgebruik 15. Woongebouwen worden opgetrokken in uit aardkleurige baksteen en dakpannen of riet. 16. Bij renovatie of verbouw dienen de oorspronkelijke materialen het uitgangspunt te zijn. 17. Kleuren dienen bij voorkeur afgestemd te zijn op het aansluitende landschap. 18. Grote vlakken van bedrijfsgebouwen bestaan uit materiaal met een structuur zoals baksteen, houten betimmering, metaal- of golfplaat. 19. Daken van bedrijfsgebouwen zijn bij voorkeur donkergrijs.

Rechtspraak bij dit artikel