**4.8.1.** Stedenbouwkundige kenmerken
Onder het thema woongebieden valt alle bebouwing met een woonfunctie in de dorpen die niet deel uitmaakt van de historische dorpsgebieden en de dorpse bebouwingslinten. Dit zijn de woonwijken in traditionele blokverkaveling, de woonerven, het nieuwe bouwen, thematische inbreidingen, thematische uitbreidingen en individuele woningbouw.
De traditionele blokverkaveling kenmerkt zich door het blokvormige stratenpatroon van rechte, lange wegen met voornamelijk rijtjeswoningen. Gevelritmiek, herhaling van schoorstenen en een consequente oriëntatie op de straat zorgen voor een rustig straatbeeld. De ondiepe voortuinen zijn gescheiden van de openbare ruimte door eenvoudige en lage muurtjes of haagjes
Als reactie hierop ontstaan in de jaren zeventig de woonerven met een meer geknikt of verspringend stratenpatroon. Veel zijstraten zijn doodlopend, hebben een klinkerverharding en geen trottoir. De bouwblokken zijn minder lang en er komen kleine sprongen in de rooilijn en dakhoogte voor, waardoor er een zekere mate van variatie en beslotenheid ontstaat. De erfafscheidingen van de vaak ondiepe, voortuinen zijn laag en divers van karakter. Niet alle bebouwing is gericht op de straat, er zijn ook woningen die aan voetpaden en groenstroken liggen. Traditionele blokverkaveling Echteld Woonerf Kesteren Het nieuwe bouwen bestaat uit een aantal geschakelde bungalows aan de Beukenlaan in Ochten.
De thematische inbreidingen bevinden zich binnen de bestaande kern van Ochten. Op plekken waar iets afgebroken is en op open kavels. Gemeenschappelijke kenmerken zijn de evenwijdigheid aan de straat, het bouwen in dezelfde rooilijn, het voorkomen van voor- en achtertuinen en een eenheid in architectuur, materiaal en kleur van de woningen.
De thematische uitbreidingen hebben in tegenstelling tot de wijken uit de jaren 70 en 80 een helder onderscheid tussen openbaar en privé. Er worden weer echte woonstraten en bouwblokken gemaakt waar de voorzijde gericht is naar de straat en aan de achterzijde de private achtertuinen zijn gelegen. Door de regelmaat en eenheid hebben de buurten een rustig karakter. Er is veel aandacht besteed aan subtiele variabele details in de architectuur, waardoor er een degelijk en verzorgd beeld ontstaat. Men heeft ook bijzondere oplossingen bedacht voor hoekwoningen; dit komt ten goede aan de helderheid van de bebouwing- en wegenstructuur. De woningen liggen grotendeels op de rooilijn die evenwijdig loopt met de straat. Het straatprofiel is met zorg ontworpen met aan beide zijden trottoirs en groenstroken die de rijweg begeleiden.
De gebieden met individuele woningbouw liggen aan de dorpsranden van Ochten, Opheusden, Kesteren, Echteld en Dodewaard. De belangrijkste karakteristiek is het individuele wonen in het groen. Er is een duidelijk onderscheid tussen openbaar en privé-terrein, waarbij men op eigen terrein parkeert. De rooilijn wisselt, maar is meest wel evenwijdig met de straat. Het stratenpatroon is doorgaans kort, geknikt en doodlopend. De buurten hebben een rustige, gemoedelijke uitstraling waar de ruimte en het vele groen een belangrijke rol spelen. Thematische uitbreiding Dodewaard Individuele bebouwing Dodewaard Kenmerken van het bebouwingsbeeld
De woongebieden bestaan uit bebouwing van verschillende perioden met diverse stijlen en een eigen bebouwingsbeeld. Het overkoepelende kenmerk van de woonbebouwing in traditionele blokverkaveling is het bouwen in rijen van een of twee bouwlagen hoog onder een gemeenschappelijk (zadel)dak. Behalve bij de oudste rijtjeswoningen van vlak voor of na de Tweede Wereldoorlog, waar de daken bedekt zijn met rode dakpannen, hebben de meeste woningen een donkergekleurde dakbedekking. Naarmate de tijd vordert, wordt de aardkleur van de gebakken gevelsteen steeds lichter. De detaillering is soberder en meer subtiel dan bij de historische panden. Bij de traditionele blokverkaveling kenmerkt de bebouwing zich door een eenvoudige hoofdmassa van twee bouwlagen, afgedekt door een (zadel)dak. De aaneengesloten woningen zijn voorzien van regelmatigheden als schoorstenen, deurluifels en hebben een doorlopende gootlijn. De gevelindeling is duidelijk horizontaal, met grote ramen. Van oorsprong hebben de straten een open straathoek. Hierbij is er een duidelijk onderscheid tussen voor- en zijgevel. Het kleurgebruik bij houten delen, deuren en kozijnen is sterk wisselend. Huurwoningen bezitten vaak een uniform kleurgebruik. Bij de woonerven bestaat de bebouwing veelal uit rijtjes en twee-onder-één-kap woningen, al dan niet geschakeld door garages of carports. Er zijn verspringingen in de dak- en gevellijn die samen met schuren of uitbouwen aan de voorkant voor een meer gedifferentieerd beeld zorgen. De gevelindeling is niet meer zo duidelijk horizontaal. Kozijnen en andere houten delen zijn meest in donkere kleuren geschilderd. Particuliere huizen hebben vaak een eigen kleurstelling. De bungalows van het nieuwe bouwen kenmerken zich door geschakelde volumes van één bouwlaag, met horizontaal gerichte gevelopeningen en lichtgeschilderde of aardekleurige baksteen. Opvallend is dat de woongebieden door hekwerken afgesloten zijn van de open ruimte. Woningen behorend tot de thematische uitbreidingen zijn in het algemeen ruim, licht van gevel- en kozijnkleur met meer aandacht voor architectuur ontworpen, waarbij tussen verschillende typen onderscheid is gemaakt. Daarbij wordt ook in de gevels nogal eens een anders gekleurde baksteen gebruikt. Naast zadeldaken komen ook donkergekleurde schilddaken geregeld voor. Bij de woningen is in veel gevallen een garage of oprit aanwezig. Veel woontypen hebben dakkapellen, serres en/of brede dakoverstekken. Thematische inbreidingen bestaat over het algemeen uit appartementencomplexen en kleine moderne projectmatige bouw. Inbreidingen zijn erg divers vormgegeven waarbij de bouwhoogte kan variëren van twee tot vijf lagen. De gevarieerdheid van de architectuur van de woningen in gebieden met individuele woningbouw is het voornaamste kenmerk. Er is variatie in vormgeving, materiaal- en kleurgebruik. Ook verschilt de dakvorm en dakrichting per woning. Een hoogte van één of twee bouwlagen is gebruikelijk. De woningen zijn naar de straat gericht en bij het merendeel is gebruik gemaakt van lichtgekleurde baksteen. Opvallend zijn de historiserende details zoals luiken, roedeverdeelde ramen en daklijsten. Aan de straatzijde ligt een oprit naar de woning met eventueel pilaren en een hekwerk. Jasmijnstraa Opheusdet, individuele bebouwing Hoofdakker, Echteld, individuele bebouwing
Veranderingsproces
De oudere woongebieden hebben hun hoofdopzet behouden. Een aantal huurwoningen is inmiddels particulier verkocht. De diversiteit in kleurgebruik van de deur- en raamkozijnen is sindsdien vergroot. Gebrek aan zolderruimte kan aanleiding geven tot het plaatsen van dakkapellen en dakopbouwen. Opvallend genoeg vindt dit voornamelijk aan de achterzijde van de woning plaats. Verstoringen van het bebouwingsbeeld doen zich met name voor bij hoekwoningen. Eigen erven aan de open zijde van de bouwblokken zijn in de loop van de jaren ingevuld met schuttingen, schuurtjes, carports, hoge hagen en/of garages. Vaak zijn de afmetingen en vormgeving verschillend. Deze ingrepen staan op gespannen voet met het oorspronkelijke groene en open karakter van de straten. Ook de achterzijde van met name woningen in de woonerven worden door schuttingen en hoge hagen nogal eens afgesloten. Bij de renovatie van de oudere huurwoningcomplexen krijgen soms niet alle kenmerkende architectonische onderdelen en details de aandacht die zij verdienen. Gemetselde schoorstenen kunnen verdwijnen, omtimmerde goten en gootlijsten worden vervangen door minder expressieve materialen en vormgeving. Bij de thematische in- en uitbreidingen zijn de aanpassingen nog schaars. De veranderingen in gebieden met individuele woningbouw zijn meestal beperkt van aard. Het gaat vaak om kleinere ingrepen zoals dakkapellen en aanbouwen. Aan- en uitbouwen in de buurt van de voorgevelrooilijn kunnen het groene en individuele karakter van de bebouwingsopzet en de doorzichten naar de groene achtertuinen aantasten. Aanbouwen in de vorm van garages en carports zijn over het algemeen genomen achter de voorgevellijn gesitueerd, vaak passend bij de stijl en het materiaal- en kleurgebruik van de woning.
**4.8.2.** Algemeen
Waar de traditionele blokverkaveling gewaardeerd wordt door de heldere opzet en de eenheid binnen de bebouwing, zijn de woonerven aantrekkelijk door de informele sfeer en de mogelijkheid tot veilig spelen en lopen in de buurt. Uitbreidingslocaties zijn vaak met grote inspanning van betrokken partijen tot stand gekomen en trekken door hun bijzondere vormgeving en expressie de aandacht. Het welstandsbeleid richt zich op het handhaven van de karakteristieken en architectuur van deze buurten en het behouden van de gevarieerdheid dan wel eenheid tussen de eenheden. Het gaat ook om de handhaving van de stedenbouwkundige opzet en de compositie van het straatbeeld. Differentiatie welstandsniveaus
De woningen in traditionele blokverkaveling en de thematische in- en uitbreidingen van de grote kernen hebben welstandsniveau 2. Hier is aanleiding om alert te blijven op de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. De overige woonbebouwing van de kleine kernen Echteld en IJzendoorn en alle andere woongebieden van Kesteren, Opheusden, Ochten en Dodewaard zoals woonerven en de individuele woningbouw worden getoetst op welstandsniveau 3. De verantwoordelijkheid voor kleinschalige invullingen en detailleringen ligt hoofdzakelijk bij de bewoners zelf.
**4.8.3.** Situering
1. Behouden gevarieerdheid.
2. Schaal, positie en richting van de bestaande bebouwing zijn richtinggevend bij nieuwbouw.
3. Bij stedebouwkundige ingrepen of veranderingen dient er herkenbare nieuwe samenhang te zijn met de oorspronkelijke architectuur.
4. Panden dienen zich op de openbare ruimte te oriënteren. Massa en vorm
5. Bestaande schaal in de omgeving is uitgangspunt bij gehele vervanging.
6. Massa en vorm dienen zichtbaar te reageren op de belendende bebouwing.
7. Bestaande kapvormen en richtingen zijn maatgevend.
8. Toevoegingen als erkers, dakkapellen en serres dienen qua massa en vorm aan te sluiten bij de bestaande architectuur. Gevels
9. Bij verbouw of renovatie is respect voor de oorspronkelijke stijl, gevelopbouw en het materiaalgebruik essentieel.
10. De maat en schaal van de gevelindeling wordt gerespecteerd.
11. Herkenbaarheid van de entreezijde van de woningen.
12. Bij verbouw dient de nieuwe gevel gerelateerd te zijn aan de bestaande architectuur van het pand.
13. Zijgevels die duidelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte worden behandeld als voorgevels. Materiaal- en kleurgebruik
14. Bij verbouw of renovatie het oorspronkelijk materiaalgebruik tot uitgangspunt nemen.
15. Bij gehele nieuwbouw is het materiaalgebruik in de omgeving uitgangspunt.
16. Voor de hoofdmaterialen worden in hoofdzaak aardkleuren toegepast, in combinatie met donkere of rode dakpannen.
17. In kleur geschilderde gevels en stucwerk worden toegestaan indien deze ook in de directe omgeving voorkomen. Detaillering
18. Bij verbouw en renovatie dient zorgvuldig te worden omgegaan met karakteristieke details van de architectuur.
19. Gebouwde erfafscheidingen in hoeksituaties langs de openbare weg een open of groen karakter geven en/of afstemmen op de architectuur van het pand.