De benoeming van de burgerraadsleden in de adviescommissie heeft plaats in, of zo spoedig mogelijk na de eerste vergadering van een nieuwe zittingsperiode van de raad. De benoeming geschiedt, behoudens het bepaalde in het tweede en het derde lid, voor de duur, en bij tussentijdse benoeming voor de resterende duur van de lopende zittingsperiode.
De leden worden telkens voor de zittingsduur van de raad benoemd.
Hij die zijn raadslidmaatschap dan wel de hoedanigheid op grond waarvan hij burgerraadslid is verliest, treedt tegelijkertijd in de desbetreffende functie bij de adviescommissie af.
De fracties kunnen hun voordracht van burgerraadsleden in de loop van een zittingsperiode wijzigen.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verordening regelende de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de vaste adviescommissie van de raad