Naar hoofdinhoud
Een burgerraadslid dient op het tijdstip van de benoeming te voldoen aan dezelfde vereisten die gelden voor de toelating van raadsleden en bovendien voor te komen op de kandidatenlijst van zijn in de raad vertegenwoordigde fractie bij de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen. De artikelen 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Alvorens het lidmaatschap van de adviescommissie te kunnen uitoefenen, leggen de burgerraadsleden een schriftelijke verklaring aan de burgemeester af, analoog aan het bepaalde in artikel 14 van de Gemeentewet. Burgerraadsleden hebben als zij in functie zijn als commissielid, dezelfde rechten en plichten als de in artikel 5a, genoemde personen met in achtname van het tussen de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet gemaakte onderscheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel