Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
aangelijnd is;
op een voor het
publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
ingerichte kinderspeelplaats, begraafplaats,
zandbak, speelweide, parken, plantsoenen of andere
door het college aangewezen
plaatsen;
op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband
of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of
houder duidelijk doet kennen.
buiten de bebouwde kom in natuurgebieden of andere
door het college aangewezen plaatsen buiten de
bebouwde kom, zonder dat die hond is
aangelijnd.
Het college kan plaatsen
aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid
onder a niet geldt.
Het verbod geldt niet voorzover de
eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap
door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig
aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of
houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt
tot geleidehond.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.17
Loslopende honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gulpen-Wittem 2008