Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.18

Verontreiniging door honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gulpen-Wittem 2008

Het is de eigenaar of houder van een hond of hij die een hond onder zijn hoede heeft verboden, indien hij zich met de hond op de openbare weg, op een voor het publiek toegankelijke plaats begeeft dan wel bevindt, dit te doen zonder een deugdelijk hulpmiddel voor het opruimen van de uitwerpselen van de hond bij zich te hebben. Het in het eerste lid bedoelde hulpmiddel dient op de eerste aanvraag van de toezichthoudende ambtenaar direct worden getoond. Het is de eigenaar of houder van een hond of hij die een hond onder zijn hoede heeft verboden, die hond op de openbare weg, op een voor het publiek toegankelijke plaats zich te laten ontdoen van uitwerpselen. Het in het derde lid genoemde verbod wordt opgeheven, indien de eigenaar, de houder of hij die een hond onder zijn hoede heeft van de hond de uitwerpselen met dat hulpmiddel onmiddellijk verwijdert, waaronder mede wordt verstaan het deponeren van de uitwerpselen in de berm buiten de bebouwde kom. Het in het derde lid genoemde verbod wordt opgeheven indien het de bermen van wegen buiten de bebouwde kom betreft. Onder een deugdelijk hulpmiddel als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 wordt verstaan een hulpmiddel, dat gezien de vorm en constructie dient tot het opruimen van hondenuitwerpselen en/of tot dat doel in de handel is. Het college kan van de in het eerste en derde lid gestelde verboden in zeer bijzondere gevallen ontheffing verlenen. het bepaalde in 4 en 5 voor zover het betreft het deponeren van uitwerpselen in de berm buiten de bebouwde kom en indien het bermen van wegen buiten de bebouwde kom betreft geldt dit niet binnen natuurgebieden en voor de ingevolge artikel 2.4.17 sub d aangewezen plaatsen buiten de bebouwde kom.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel