Het is de eigenaar of houder van een hond of hij die een
hond onder zijn hoede heeft verboden, indien hij zich met de
hond op de openbare weg, op een voor het publiek
toegankelijke plaats begeeft dan wel bevindt, dit te doen
zonder een deugdelijk hulpmiddel voor het opruimen van de
uitwerpselen van de hond bij zich te hebben.
Het in het eerste lid bedoelde hulpmiddel dient op de eerste
aanvraag van de toezichthoudende ambtenaar direct worden
getoond.
Het is de eigenaar of houder van een hond of hij die een
hond onder zijn hoede heeft verboden, die hond op de
openbare weg, op een voor het publiek toegankelijke plaats
zich te laten ontdoen van uitwerpselen.
Het in het derde lid genoemde verbod wordt opgeheven, indien
de eigenaar, de houder of hij die een hond onder zijn hoede
heeft van de hond de uitwerpselen met dat hulpmiddel
onmiddellijk verwijdert, waaronder mede wordt verstaan het
deponeren van de uitwerpselen in de berm buiten de bebouwde
kom.
Het in het derde lid genoemde verbod wordt opgeheven indien
het de bermen van wegen buiten de bebouwde kom betreft.
Onder een deugdelijk hulpmiddel als bedoeld in de leden 1, 2
en 4 wordt verstaan een hulpmiddel, dat gezien de vorm en
constructie dient tot het opruimen van hondenuitwerpselen
en/of tot dat doel in de handel is.
Het college kan van de in het eerste en derde lid gestelde
verboden in zeer bijzondere gevallen ontheffing
verlenen.
het bepaalde in 4 en 5 voor zover het betreft het deponeren
van uitwerpselen in de berm buiten de bebouwde kom en indien
het bermen van wegen buiten de bebouwde kom betreft geldt
dit niet binnen natuurgebieden en voor de ingevolge artikel
2.4.17 sub d aangewezen plaatsen buiten de bebouwde kom.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.18
Verontreiniging door honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gulpen-Wittem 2008