Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.4

Artikel 26

Beslaglegging

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Borsele 2011

1. Wanneer de belanghebbende na het ontvangen van de ingebrekestelling of het dwangbevel weigerachtig blijft om zijn betalingsverplichting na te komen en/of de achterstand in betaling ineens te voldoen wordt het terugvorderingsbesluit/dwangbevel tenuitvoergelegd door middel van: a. Een vereenvoudigd derden beslag overeenkomstig artikel 60 lid 4 WWB en/of artikel 56 lid 4 WIJ.b. een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; of c. een executoriaal of conservatoir beslag op roerende of onroerende goederen conform het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering; of d. uitwinnen van zekerheden als pand of hypotheek. 2. De in lid 1 sub b en sub c genoemde vorm van invorderingen worden in handen gegeven van de gerechtsdeurwaarder. 3. Indien het college de vordering ter executie overdraagt aan een derde die beroepsmatig belast is met de invordering, worden de door de derde gemaakte kosten volledig doorberekend aan de debiteur. 4. Het college ziet af van dwanginvordering indien de vordering niet hoger is dan € 125,- en deze niet het gevolg is van een schending van de inlichtingenplicht of fraude.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel