Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.4

Artikel 27

Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal gemeente Borsele 2011

1. De aflossingscapaciteit voor een WWB, WIJ, IOAW of IOAZ- uitkeringsgerechtigde bedraagt:a. 10% van de toepassing zijnde uitkeringsnorm inclusief VT indien de vordering het gevolg is van een schending van de inlichtingenplicht of fraude;b. in overige gevallen 6% van de van toepassing zijnde uitkeringsnorm inclusief VT. 2. Bij beëindiging of intrekking van de bijstand of inkomensvoorziening en/of uitkering wordt direct een draagkrachtonderzoek ingesteld en wordt de aflossingscapaciteit voor een periode van twee maanden gesteld op het bedrag dat de belanghebbende op grond van het eerste lid van dit artikel diende af te lossen. Na afloop van deze twee maanden wordt de aflossingscapaciteit conform het bepaalde in het derde lid van dit artikel vastgesteld. 3. De aflossingscapaciteit voor belanghebbenden met een inkomen boven het sociaal minimum bedraagt 10% van de van toepassing zijnde uitkeringsnorm vermeerderd met 30% van het inkomen boven de uitkeringsnorm. 4. De aflossingshoogte zoals vermeldt in lid 1 aanhef en sub b wordt in geval van beslaglegging door een derde verhoogd naar 10% van de van toepassing zijnde uitkeringsnorm.

Rechtspraak bij dit artikel