Bij schending van een zware verplichting wordt een maatregel opgelegd van maximaal 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende een maand.
Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na opleggen van een maatregel op grond van het tweede lid opnieuw schuldig maakt aan schending van een zware verplichting wordt een maatregel opgelegd van maximaal 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende twee maanden.
Wanneer de belanghebbende nogmaals recidiveert binnen twaalf maanden na het opleggen van een maatregel op grond van het tweede lid wordt een maatregel opgelegd van maximaal 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende drie maanden.
Bij een nieuwe schending van een zware verplichting binnen twaalf maanden na de tweede recidive blijft het percentage van de op te leggen maatregel maximaal 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag, maar kan deze steeds met een maand extra worden verlengd.
Voor de toepassing van het derde en vierde lid wordt het besluit waarbij een maatregel is opgelegd gelijkgesteld aan het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 3, tweede lid van deze verordening.
HOOFDSTUK 4
Artikel 14b