Naar hoofdinhoud
Indien een belanghebbende de verplichting op grond van artikel 17 van de WWB, artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ niet is nagekomen door informatie die van belang is voor de verlening van een uitkering dan wel de voortzetting daarvan niet binnen de door het college daartoe gestelde termijn te verstrekken, doch pas tijdens de hersteltermijn, wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing. Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na het geven van een schriftelijke waarschuwing nogmaals schuldig maakt aan eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging wordt een maatregel opgelegd van maximaal 30% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende een maand. Wanneer de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij reeds sprake was van recidive, wederom schuldig maakt aan eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging wordt een maatregel opgelegd van maximaal 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende een maand. Bij een nieuwe schending van de in het eerste lid bedoelde verplichting binnen twaalf maanden na de tweede recidive blijft het percentage van de op te leggen maatregel maximaal 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag, maar kan deze steeds met een maand extra worden verlengd. Voor de toepassing van het derde en vierde lid wordt  het besluit waarbij een maatregel is opgelegd gelijkgesteld aan het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 3, tweede lid van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel