Naar hoofdinhoud
Indien het niet of onvoldoende nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 van de WWB, artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ heeft geleid tot het ten onrechte of  tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag en bedraagt maximaal 30% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende een maand bij een benadelingsbedrag tot €4000,- of maximaal 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende een maand bij een benadelingsbedrag van €4000,- of meer. Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na het opleggen van een maatregel op grond van het tweede lid nogmaals schuldig maakt aan eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging wordt een maatregel opgelegd van maximaal 100% van de toepasselijke bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende een maand bij een benadelingsbedrag tot €4000,- of  een maatregel van maximaal 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag van €4000,- of meer. Wanneer de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij reeds sprake was van recidive, wederom schuldig maakt aan eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging wordt een maatregel opgelegd van maximaal 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag tot €4000,- of een maatregel van maximaal 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende drie maanden bij een benadelingsbedrag van €4000,- of meer. Bij een nieuwe schending van de in het eerste lid bedoelde verplichting binnen twaalf maanden na de tweede of hogere recidive blijft het op te leggen percentage van de maatregel maximaal 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag, maar kan deze steeds met een maand extra worden verlengd. Voor de toepassing van het tweede, derde en vierde lid wordt  het besluit waarbij een maatregel is opgelegd gelijkgesteld aan het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 3, tweede lid van deze verordening. Indien er sprake is van het niet of onvoldoende nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 van de WWB, artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ, maar het ten onrechte verstrekte bedrag uitsluitend het gevolg is van door het college gehanteerde stelsel van betaalbaarstelling van de uitkering wordt een maatregel opgelegd met inachtneming van het eerste, tweede, derde, vierde lid. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing. Er wordt geen maatregel opgelegd zolang het Openbaar Ministerie een aangifte ter zake van een strafbaar feit onderzoekt, verband houdende met het niet nakomen van de verplichting van artikel 17 van de WWB, artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ door de belanghebbende. Een maatregel blijft definitief achterwege als ter zake van de aangifte tegen de belanghebbende een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel