De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 25 lid 2 onder b van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2011 is een forfaitaire (gemaximeerde) vergoeding. Voor de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de volgende normbedragen:

  • - voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een bruikleenauto geldt een bedrag van € 120, - (benzine handgeschakeld en diesel) en € 150, - (benzine automatische transmissie);
  • - voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een taxi geldt een normbedrag van € 3.759.,-;
  • - voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 4.691, -.

Bovenstaande bedragen zijn normbedragen. Dat houdt in dat alleen de reëel gemaakte kilometers vergoed worden, tot maximaal de normbedragen.