Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Algemeen

Onderdeel van Inspraakverordening Haarlem

1.1 Verhouding van de Inspraakverordening met andere wetten In artikel 150 van de Gemeentewet wordt aan de gemeenteraad de verplichting opgelegd een nspraakverordening vast te stellen. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft in afdeling 3.4. regels voor een openbare voorbereidingsprocedure van ontwerp-besluiten. Deze procedure geeft voldoende waarborgen voor een goede inspraakprocedure. In hoofdlijnen komt de procedure van de Awb (afdeling 3.4.) op het volgende neer: a. het ontwerp-besluit wordt met de daarop betrekking hebbende stukken ter inzage gelegd; b. van deze terinzagelegging wordt vooraf mededeling gedaan in de plaatselijke dag- en huis aan huisbladen; c. belanghebbenden hebben de gelegenheid hun zienswijze schriftelijk of mondeling naar voren te brengen. In de Inspraakverordening van de gemeente Haarlem is ervoor gekozen dat als inspraakprocedure in principe geldt de procedure van afdeling 3.4. van de Awb (zie Inspraakverordening artikel 4). De Gemeentewet laat de mogelijkheid open een andere inspraakprocedure vast te stellen. Die mogelijkheid is ook vastgelegd in deze verordening. Wat de meest passende procedure is, zal afhangen van het onderwerp van het voorgenomen besluit, wie de betrokkenen zijn en soms ook van de vorm en intensiteit van voorafgaande participatie. Om die reden is de mogelijkheid inspraak op een andere wijze vorm te geven in algemene bewoordingen gesteld. Een gedetailleerde en daardoor rigide wijze van regelgeving dient niet de belangen van insprekers. 1.2 Alternatieven voor inspraak Inspraak is een naar tijd en strekking begrensde fase van het totale besluitvormingsproces. Het moet onderscheiden worden van de andere mogelijkheden die men heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden, zoals het spreekrecht bij raads- en commissievergaderingen. Andere mogelijkheden die buiten de inspraak vallen zijn: het schrijven van brieven, het bezoeken van spreekuren, het hoduen van informatiebijeenkomsten, ens. Inspraak is uiteraard ook van een andere orde dan de mogelijkheid om besluiten aan te vechten door middel van bezwaar en beroep. 1.3 Verhouding van inspraak tot participatie Inspraak is ook iets anders dan interactieve beleidsvorming. In Haarlem noemen we dat participatie. Voor veel besluiten geldt dat hierover participatie wordt georganiseerd. Participatie vindt plaats in een eerdere fase dan inspraak. Het is het betrekken van bewoners en andere belanghebbenden op het moment dat een plan om tot een besluit te komen nog in ontwikkeling is. Inspraak vindt plaats als het voorgenomen besluit al is uitgewerkt. Het geeft iedere belanghebbende die dat wil een kans te reageren op het voorstel. Als er voorafgaand aan de inspraak participatie heeft plaatstgevonden, weegt dat natuurlijk ook mee bij de inspraak. Bij intensieve participatie in brede kring wegen de resultaten daarvan zwaarden dan wanneer er weinig of geen participatie heeft plaatsgevonden. In alle gevallen wordt gemotiveerd waarom het alsnog meewegen van de ingebrachte zienswijzen al dan niet tot een aangepast voorstel leidt. Het beleid rond participatie is vastgelegd in de beleidsnota “De nieuwe Haarlemse participatiepraktijk”. 1.4 De advisering over een klacht over de uitvoering van de Inspraakverordening Belangrijk is dat adviezen over klachten over de uitvoering van inspraakprocedures voldoende objectief zijn. Deze klachten zullen betrekking h ebben op een beoordeling van de gang van zaken bij de totstandkoming van een besluit. In de regel zal sprake zijn van een door het bestuursorgaan ingenomen standpunt of een bepaalde houding die bezwaren oproept en waarbij de burger zijn vertrouwen in het bestuursorgaan of een ambtenaar heeft verloren of daarin is geschokt. Het is dan van belang dat de advisering over deze klacht plaatsvindt in een verband waarin de betrokken partijen – gemeente en burger – zijn vertegenwoordigd op zo’n manier dat een open discussie mogelijk is en dat in het advies ook alle belangrijke aspecten tot uitdrukking komen. Dit is de reden dat gekozen is voor een aparte commissie, die in meerderheid bestaat uit burgerleden. Dit zal ook het vertrouwen van de burger doen toenemen. Deze commissie, de Klachtencommissie Inspraak, behandelt alle klachten over de uitvoering van inspraakprocedures die zijn gebaseerd op deze verordening of op een wettelijk voorschrift en over gedragingen van een bestuursorgaan of ambtenaar bij de uitvoering van een inspraakprocedure. De commissie behandelt uitdrukkelijk alleen klachten en geen bezwaarschriften tegen besluiten in de zin van de Awb. Voor bezwaarschriften geldt een andere procedure, met onder meer een korteretermijn voor het indienen, namelijk zes weken in plaats van de termijn van één jaar die voor klachten staat. Over bezwaarschriften brengt de commissie Bezwaar- en beroepschriften advies uit. Overigens is het niet mogelijk een bezwaarschrift in te dienen als de procedure van afdeling 3.4 Awb is gevolgd. Belanghebbenden die het niet eens zijn met het besluit kunnen dan direct beroep instellen bij derechter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel