Naar hoofdinhoud
Ingebrekestelling, verzuim, ontbinding en boete 12.1 Als één van de partijen nadat zij in verzuim is, van rechtswege of door ingebreke te zijn gesteld op een termijn van acht dagen, terzake van de nakoming van één of meer van haar verplichtingen - daaronder begrepen, als vereist, het niet tijdig betalen van de waarborgsom of het niet tijdig doen stellen van een correcte bankgarantie - heeft de wederpartij de keuze of: (a) uitvoering van de overeenkomst te verlangen, in welk geval de partij die in verzuim is na afloop van voormelde termijn van acht dagen voor elke sedertdien ingegane dag tot aan de dag van nakoming een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd is van drie pro mille (3‰) van de Koopsom; of (b) de overeenkomst door een schriftelijke verklaring voor ontbonden te verklaren en betaling van een onmiddellijk opeisbare boete te vorderen van tien procent (10%) van de Koopsom. 12.2 De Notaris zal, na verloop van genoemde termijn van acht dagen: (a) als Koper in verzuim is, het bedrag van de door deze verschuldigde boete, als Verkoper dat wenst, aan Verkoper betalen uit de bij de Notaris door Koper onderscheidenlijk uit door een bank krachtens een gestelde bankgarantie gestorte bedragen, voor zover deze daartoe toereikend zijn; (b) als Verkoper in verzuim is, de door Koper gestorte bedragen aan hem terug betalen, of de gestelde bankgarantie retourneren. Betaalde of verschuldigde boete strekt in mindering op eventueel verschuldigde schadevergoeding met rente en kosten. Een gestelde bankgarantie moet gedurende die tijd worden verlengd, bij gebreke waarvan de Notaris verplicht is de bankgarantie in te roepen en het bedrag van de bankgarantie te innen.

Rechtspraak bij dit artikel