Naar hoofdinhoud
Gebruikelijke zorg is de normale, dagelijkse zorg, die partners, ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden, omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren. Dat betekent dat van huisgenoten wordt verwacht dat, bij uitval van één van de leden van die leefeenheid, gestreefd wordt naar een herverdeling van de huishoudelijke taken. Wel is het mogelijk dat er in bijzondere situaties gedurende een gewenningsperiode hulp bij het huishouden wordt verstrekt om de taakverdeling en het aanleren van benodigde vaardigheden te begeleiden. Gebruikelijke zorg richt zich op de huisgenoten. In Zwolle wordt de richtlijn gehanteerd dat in het gesprek bij het verkennen van de eigen mogelijkheden van de burger breder wordt gekeken naar de sociale omgeving dan alleen de huisgenoten. Ook van uitwonende kinderen en andere familieleden in de buurt kan een bijdrage worden verwacht. Dit zal worden beoordeeld, afhankelijk van de persoonlijke situatie. Bij de toepassing van gebruikelijke zorg gaan wij uit van de volgende richtlijnen: ·-van iedere huisgenoot wordt verwacht dat hij een huishouden kan voeren, naast een volledige baan, het volgen van een opleiding of andere activiteiten in het kader van maatschappelijke participatie. Onder een (volledige) baan wordt ook verstaan het werken in onregelmatige of ploegendienst. ·-bij het inventariseren van de eigen mogelijkheden van het huishouden wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, de wijze van inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden. Afhankelijk van de individuele situatie wordt gekeken in hoeverre gebruikelijke zorg van toepassing is. Enkele voorbeelden van situaties waarbij hiervan kan worden afgeweken: bij een werkende partner/huisgenoot, die beroepshalve minimaal 5 etmalen aaneengesloten van huis is, bijv. in het geval van een internationaal vrachtwagenchauffeur of bij offshore werkzaamheden. In dat geval dient een werkgeversverklaring als bewijs overlegd te worden; als er sprake is van een dreigende (medisch aantoonbare) overbelasting van de gebruikelijke zorgverlener (een partner of andere huisgenoot), als gevolg van een combinatie van gebruikelijke zorg met bijv. een volledige baan of (dag)opleiding; als de partner of mantelzorger naast huishoudelijke taken bijv. ook de persoonlijke verzorging op zich neemt . Indien door de combinatie van die taken een (medisch aantoonbare) overbelasting van de partner of mantelzorger dreigt, kan ter compensatie van de huishoudelijke taken een beroep worden gedaan op hulp bij het huishouden; in crisissituaties bijv. bij het plotseling overlijden van de (verzorgende) partner/ouder met jonge kinderen; bij personen, waarvan in redelijkheid niet meer verwacht kan worden dat huishoudelijke taken aan te leren zijn; bij personen met een zeer korte levensverwachting. Huisgenoot Onder een huisgenoot verstaan wij alle bewoners van één adres die samen één huishouden voeren. Het gaat daarbij zowel om volwassenen als om kinderen. Bij een huisgenoot gaan wij in eerste instantie niet uit van: een persoon die een kamer huurt (bijv. via hospita/hospes), een bewoner van AWBZ instellingen met een indicatie voor de AWBZ functie Verblijf, een bewoner van een kloostergemeenschap. Deze personen kunnen wel deel uitmaken van de sociale omgeving van de burger en van daaruit kan verkend worden in hoeverre zij een (deel)bijdrage kunnen leveren. Gemeenschappelijke ruimtes Indien er gebruik gemaakt wordt van gemeenschappelijke ruimtes, zoals bijvoorbeeld bij een gezinsvervangend tehuis of bij iemand die een kamer huurt, heeft de bewoner zowel een zelfstandig woongedeelte als ruimtes die hij met anderen moet delen, zoals een gemeenschappelijke huiskamer, gang, portaal of trappenhuis. Voor wat betreft de gemeenschappelijke ruimtes is het begrip huisgenoot wel van toepassing, maar niet voor de eigen woonruimte. Voor de eigen woonruimte kan zonodig een beroep worden gedaan op de Wmo. Kinderen Kinderen kunnen afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren een bijdrage leveren aan huishoudelijke taken. Dit wordt afhankelijk van de individuele situatie beoordeeld waarbij we uitgaan van de volgende richtlijnen; Kinderen tot 5 jaar leveren nog geen bijdrage aan het huishouden. Kinderen tussen 5 en 12 jaar kunnen lichte huishoudelijke taken uitvoeren zoals, bijv. tafel dekken/afruimen, kleding in de wasmand doen. § Kinderen van 13 tot 18 jaar kunnen naast lichte huishoudelijke taken ook hun eigen kamer opruimen, stofzuigen. Volwassenen van 18 tot 23 jaar. Van personen in deze leeftijdscategorie verwachten wij dat zij in staat zijn een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. Wij gaan er van uit dat het bij een eenpersoonshuishouden gaat om 5 uur per week. Dit betekent dat de richtlijn is dat van personen in deze leeftijdscategorie een bijdrage in het huishouden wordt verwacht van 5 uur per week waarbij het kan gaan om taken als: schoonhouden van sanitair, keuken en kamer, de was doen, maaltijdverzorging, afwassen en opruimen, verzorging/opvang jonge kinderen.

Rechtspraak bij dit artikel