Binnen het kader van de Wmo zijn 2 soorten trainingen mogelijk in het leren omgaan met een vervoersvoorziening:
trainingen tijdens het adviestraject;
trainingen na aflevering van een voorziening.
Hierbij wordt uitgegaan van gemiddeld 3 trainingen per cliënt.
Training tijdens het adviestraject
De training tijdens het adviestraject is bedoeld om te kunnen komen tot een goed inzicht in de motorische en cognitieve vaardigheden van een cliënt om zich met een vervoersvoorziening te verplaatsen. Na deze training wordt besloten of er tot verstrekking van een voorziening kan worden overgegaan.
Training na aflevering van een voorziening
Deze training is bedoeld om iemand vertrouwd te maken met een reeds verstrekte voorziening.
Hoofdstuk 7. Verplaatsen in en rond de woning: rolstoelen
Rolstoelen zijn bedoeld om mensen met een beperking in staat te stellen zich binnen of buiten de woonruimte over loopafstanden te verplaatsen of verplaatst te worden. Iemand kan voor een rolstoel in aanmerking komen wanneer hij door aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek voor verplaatsing over loopafstanden is aangewezen op het gebruik van een rolstoel.
Er zijn verschillende typen rolstoelen met elk een eigen, specifiek gebruiksdoel.
Te onderscheiden vallen:
duwrolstoelen/ wandelwagens;
handbewogen rolstoelen;
elektrische rolstoelen;
sportrolstoelen.
Artikel 7.1. Vormen van de verstrekkingen
Volgens de verordening van de gemeente Zwolle worden rolstoelen in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt. Bij een rolstoel in natura wordt er via de leverancier van de gemeente Zwolle een rolstoel in bruikleen verstrekt. Daarbij hanteert de gemeente een zogenaamd ‘kernpakket’ waarin een aantal soorten rolstoelen zit. In principe moet uit dit pakket voor een ieder een passende rolstoel te vinden zijn. In uitzonderlijke gevallen kan van hetstandaardpakket worden afgeweken. Bij een persoonsgebonden budget krijgt de aanvrager een geldbedrag overgemaakt waarmee hij zelf de rolstoel kan kopen. Daarbij is de aanvrager zelf verantwoordelijk voor het onderhoud en de verzekering van de rolstoel. Verstrekking van een sportrolstoel vindt plaats in de vorm van een financiële tegemoetkoming, waarmee voor de periode van 3 jaar een rolstoel aangeschaft en onderhouden kan worden. Er wordt een programma van eisen opgesteld aan de hand waarvan bekeken wordt welke rolstoel een oplossing vormt voor het verplaatsingsprobleem.
Met de rolstoelleverancier van de gemeente Zwolle is een verstrekkingenpakket samengesteld, waarin voor elke categorie rolstoelen een keuze is gemaakt uit een aantal rolstoelmerken. Deze keuze is gebaseerd op prijskwaliteit verhouding, mate van herinzetbaarheid en mate van aanpasbaarheid. In principe moet uit dit pakket voor een ieder een passende rolstoel te vinden zijn. In uitzonderlijke gevallen kan van hetstandaardpakket worden afgeweken.Het verstrekkingenpakket wordt jaarlijks geëvalueerd door vertegenwoordigers van de gemeente, de medisch adviseur van de gemeente en de rolstoelleverancier. Bij deze evaluatie worden de signalen die worden afgegeven door gebruikers meegenomen.
Voorop staat dat het selecteren van een rolstoel maatwerk is. De gebruiker moet er goed mee overweg kunnen en de rolstoel moet bruikbaar zijn in de omgeving waar de gebruiker woont en geschikt voor de activiteiten die men wil ondernemen.
Een goede analyse van alle factoren die meespelen bij de keuze van een rolstoel is van groot belang.
De keuze van de rolstoel hangt af van verschillende factoren, zoals:
de restfuncties die iemand heeft t.a.v. verplaatsen, zitten, bedienen van de rolstoel;
de benodigde maatvoering;
het gebruiksdoel en het gebruiksgebied van de rolstoel. Wat wil de gebruiker met de rolstoel kunnen doen en waar vindt dit plaats?
eisen die gesteld worden aan meeneembaarheid van de rolstoel.
Artikel 7.2. Rolstoelen in verpleeghuizen en verzorgingshuizen
Sinds april 2003 is de regeling zorgaanspraken AWBZ op een aantal punten veranderd. Een van deze veranderingen gaat over de zorgplicht van gemeenten voor het verstrekken van rolstoelen aan bewoners van AWBZ-instellingen, zoals verpleeghuizen. Voor de beoordeling van de vraag of de gemeente een compensatieplicht heeft voor de verstrekking van rolstoelen aan bewoners van AWBZ-instellingen, geldt de volgende systematiek: Men heeft recht op een rolstoel van de AWBZ indien:
men verblijft in een AWBZ-instelling;
de instelling is toegelaten voor de functie 'behandeling';
men wordt behandeld door de toegelaten instelling waarin men verblijft.
Deze voorwaarden zijn cumulatief: indien aan één of meer van deze voorwaarden niet is voldaan, heeft de persoon in kwestie geen recht op een rolstoel op basis van de AWBZ. Mits voldaan aan de overige Wmo voorwaarden kan in die situatie een beroep worden gedaan op de compensatieplicht van de gemeente.
Verzorgingshuizen zijn niet collectief toegelaten voor behandeling. Een bewoner van een verzorgingshuis verkrijgt dus geen behandeling van het verzorgingshuis. Een rolstoel zal dus zeker niet op basis van de AWBZ, maar op basis van de Wmo worden verstrekt.
Artikel 7.3. Duwrolstoelen
In duwrolstoelen worden de gebruikers voortgeduwd door een begeleider.
Om voor een duwrolstoel in aanmerking te komen moet men aan de volgende criteria/ voorwaarden voldoen:
men heeft onvoldoende motorische mogelijkheden en/of inzicht om loopafstanden zelfstandig lopend te kunnen overbruggen en;
men heeft onvoldoende motorische mogelijkheden en/of inzicht om een rolstoel zelfstandig te kunnen voortbewegen en;
er is een regelmatige behoefte aan het zich per rolstoel verplaatsen;
Bewoners van een verzorgingshuis, die bijvoorbeeld enkele malen per jaar een rolstoel nodig hebben voor een uitstapje kunnen in de regel goed gebruik maken van de standaard rolstoelen die in een verzorgingshuis aanwezig zijn en;
(loop)hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de AWBZ Regeling thuiszorg voor tijdelijke hulpmiddelen zoals b.v. een rollator, bieden onvoldoende oplossing en;
er is een begeleider beschikbaar.
Er zijn vele typen duwrolstoelen en wandelwagens, afhankelijk van de eisen die gesteld worden t.a.v. lichamelijke mogelijkheden en beperkingen, maatvoering, gebruiksdoel en gebruiksgebied.
Zo kan er bij een rolstoel gekozen worden voor kleine of grote wielen achter, afhankelijk van de eigen mogelijkheden van de gebruiker of het gebruiksgemak voor de begeleider. Voor iemand die te weinig handfunctie heeft om zelf met de rolstoel te rijden, kan het toch van belang zijn dat hij zich door aan het wiel te draaien kan omdraaien of net even van de plek kan komen.
Voor alle duwrolstoelen/ wandelwagens geldt dat aandacht besteed moet worden aan:
de hoogte van de duwhandvatten. Deze dienen afgesteld te zijn of te kunnen worden op de vaste begeleider;
meeneembaarheid. Wordt een rolstoel vervoerd in een rolstoelbus, dan dient deze geschikt te zijn om veilig vastgezet te kunnen worden, wordt hij vervoerd in een personenauto, dan kan de aanwezigheid van quick-release achterwielen een vereiste zijn.
Duwrolstoelen zijn onder te verdelen in:
Duwrolstoelen voor kortdurend gebruik
De rolstoel wordt vooral gebruikt als verplaatsingsmiddel over langere loopafstanden. Er worden weinig eisen gesteld aan zitcomfort, omdat het gebruik slechts van korte duur is en er meestal geen specifieke zitproblemen aanwezig zijn. Volstaan kan worden met een eenvoudige rolstoel met slappe zitting en rugleuning of in het geval van kinderen met een grote maat buggy.
Duwrolstoelen voor frequent, dagelijks gebruik
Wanneer een gebruiker volledig is aangewezen op het gebruik van een rolstoel dan heeft de rolstoel naast de functie van verplaatsen ook een functie als zitvoorziening; de rolstoel vervangt de verschillende stoelen die normaal gebruikt worden bij eten, rusten, t.v. kijken e.d. De eisen die aan het zitcomfort van de rolstoel gesteld zijn, liggen een stuk hoger. Daarnaast is het ook nog zo dat er meestal sprake is van medische problematiek. Een optimale zitondersteuning is dan nodig om de restfuncties die iemand heeft zo goed mogelijk te kunnen benutten of om verergering van de gezondheidsproblemen of het ontstaan van vergroeiingen of de vorming van decubitus (doorzitten) te voorkomen. Wat de juiste uitgangshouding in de rolstoel is, is vaak een kwestie van zorgvuldig observeren en uitproberen. Contact met degene die als behandelaar bij de rolstoelgebruiker betrokken is, kan hierbij een goed hulpmiddel zijn.
De benodigde zitondersteuning in combinatie met de activiteiten die vanuit de rolstoel moeten worden verricht, bepalen de keuze van de rolstoel.
Duwrolstoelen met kantelverstelling
Wanneer de lichamelijke conditie dusdanig is dat men permanent gebruik maakt van de rolstoel en dat naast het zich zelfstandigvoortbewegen ook zelfstandig veranderen van zithouding niet mogelijk is, dan zal dit in de meeste gevallen inhouden dat uitgegaan moet worden van een duwrolstoel met meerdere verstelmogelijkheden, zodat per activiteit een andere houding aangenomen kan worden. De benodigde zitondersteuning in combinatie met de vereiste verstellingen bepalen de keuze van de rolstoel. Speciale rolstoelonderstellen zijn ontwikkeld voor het gebruik van zitorthesen of te wel stoelen die via een vacuüm zitafdruk een individueel optimale zitondersteuning bieden (zie hoofdstuk aanpassingen).
Duwrolstoelen met elektrische aandrijving
In uitzonderlijke gevallen kan gekozen worden voor een duwrolstoel met elektrische aandrijving. Dit is een los systeem wat op een handbewogen rolstoel is te plaatsen en waarvan de bediening gebeurt door de begeleider. Een dergelijk systeem heeft nadelen wat betreft montage en gewicht, waardoor het gebruik in de praktijk vaak tegenvalt. Een criterium voor verstrekking van een elektrische aandrijving op een duwrolstoel is:
de rolstoelgebruiker is niet in staat zichzelf voort te bewegen en;
de begeleider van de rolstoelgebruiker is vanwege aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek niet in staat een duwrolstoel handmatig voort te bewegen.
Artikel 7.4. Handbewogen rolstoelen
Men spreekt van handbewogen rolstoelen wanneer de gebruiker de rolstoel op eigen kracht voortbeweegt. De manier van aandrijven kan verschillend zijn. Het meest gebruikelijk is dat de rolstoel wordt voortbewogen door met beide handen aan de hoepels van de achterwielen te pakken. Bij bepaalde aandoeningen is het gebruik van één hand minder goed mogelijk. Aandrijving met één hand en één been of zelfs met één hand kan dan een alternatief zijn.
Het zelfstandig rijden in een handbewogen rolstoel vraagt over het algemeen een goede handfunctie en een redelijk uithoudingsvermogen. Rolstoel rijden is een inspannende bezigheid.
Zeker bij een handbewogen rolstoel is een goede inventarisatie van de voorwaarden waaraan de rolstoel moet voldoen van groot belang.
Om voor een handbewogen rolstoel in aanmerking te komen dient
men aan de volgende criteria te voldoen:
men heeft onvoldoende motorische mogelijkheden om loopafstanden zelfstandig lopend te overbruggen en;
men heeft voldoende arm-/handfunctie en uithoudingsvermogen om een handbewogen rolstoel zelfstandig te bedienen en;
er is een regelmatige behoefte zich per rolstoel te verplaatsen en;
(loop)hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Regeling Hulpmiddelen Ziektekosten bieden onvoldoende oplossing.
Evenals bij duwrolstoelen zijn er vele typen handbewogen rolstoelen, afhankelijk van de eisen die gesteld worden t.a.v. lichamelijke mogelijkheden en beperkingen, maatvoering, gebruiksdoel en gebruiksgebied. Een jonge, actieve rolstoelgebruiker die veel bezigheden buitenshuis heeft, zal een andere rolstoel nodig hebben dan iemand die vooral binnenshuis functioneert en vooral de nadruk legt op zitcomfort en veiligheid. In grote lijnen is de volgende indeling te maken:
Rolstoelen voor kortdurend gebruik
De rolstoel wordt vooral gebruikt als verplaatsingsmiddel over langere loopafstanden. Er worden weinig eisen gesteld aan zitcomfort, omdat het gebruik slechts van korte duur is en er meestal geen specifieke zitproblemen aanwezig zijn. De rolstoel zal afwisselend zelfrijdend of als duwrolstoel gebruikt worden. Volstaan kan worden met een eenvoudige rolstoel met slappe zitting en rugleuning.
Rolstoelen voor frequent, dagelijks gebruik
Zoals al eerder is aangegeven hangt de keuze van een rolstoel af van verschillende factoren, zoals:
de restfuncties die iemand heeft t.a.v. verplaatsen, zitten, bedienen van de rolstoel;
de benodigde maatvoering;
het gebruiksdoel en het gebruiksgebied van de rolstoel. Wat wil de gebruiker met de rolstoel kunnen doen en waar vindt dit plaats?;
eisen die gesteld worden aan meeneembaarheid van de rolstoel.
Dit geldt al in het bijzonder voor een rolstoel, die eigenlijk de loopfunctie vervangt en dus permanent wordt gebruikt.
Vele aspecten zijn van belang bij de juiste keuze van de rolstoel. Zeker bij frequent, dagelijks gebruik van een rolstoel weegt de ervaring en de inbreng van de gebruiker zelf zwaar bij het maken van de juiste keuze. Om wat meer inzicht te geven in het keuzeproces, worden een aantal van bovengenoemde factoren wat nader toegelicht.
Zithouding:
Voor mensen die de hele dag in de rolstoel doorbrengen is een goede zithouding van groot belang. Vaak worden alle activiteiten, die normaal vanuit diverse stoelen als een eetkamerstoel, een bureaustoel, een ruststoel e.d. worden uitgevoerd, verricht vanuit een en dezelfde rolstoel. Daarnaast is het ook nog zo dat er meestal sprake is van medische problematiek. Een optimale zitondersteuning is dan nodig om de restfuncties die iemand heeft zo goed mogelijk te kunnen benutten of om verergering van de gezondheidsproblemen of het ontstaan van vergroeiingen of de vorming van decubitus (doorzitten) te voorkomen. Wat de juiste uitgangshouding in de rolstoel is, is vaak een kwestie van zorgvuldig observeren en uitproberen. Contact met degenen die als behandelaar bij de rolstoelgebruiker betrokken zijn, kan hierbij een goed hulpmiddel zijn.
Aandrijving:
Er zijn verschillende manieren om een handbewogen rolstoel aan te sturen. De meest gebruikelijke manier is dat de rolstoel wordt voortbewogen door met beide handen aan de hoepels van de achterwielen te pakken. Door de rolstoel zo in te stellen dat er een goede balans ontstaat tussen lichaamshouding, lichaamsas en positie van de wielen kunnen de rijeigenschappen van de rolstoel optimaal benut worden. Afhankelijk van de lichamelijke mogelijkheden van de gebruiker kan een rolstoel meer of minder ‘kritisch’ ingesteld worden; dit vraagt zoeken naar een evenwicht tussen goede rijeigenschappen en veilig gebruik. Hoe kritischer een rolstoel is ingesteld, hoe beter hij rijdt, maar hoe groter het gevaar aanwezig is van achterover kiepen. Wanneer het gebruik van één van beide handen niet of minder goed mogelijk is, dan kan de rolstoel voortbewogen worden door met één hand aan de hoepel te pakken en met de voet te sturen. Deze manier van voortbewegen wordt veel gebruikt door mensen met een halfzijdige verlamming. Het is een manier van voortbewegen die weer heel andere eisen aan een rolstoel stelt. Een goede zithoogte om met de voet bij de grond te kunnen is belangrijk, maar ook een zithouding die zo min mogelijk het opbouwen van extra spanning in de aangedane lichaamshelft voorkomt. Wanneer ook het gebruik van de voeten niet mogelijk is, dan is er nog de mogelijkheid van eenhandige bediening van 2 hoepels aan één kant van de rolstoel. Door beide hoepels te gebruiken rijdt de rolstoel rechtdoor, aandrijving van éénhoepel verzorgt een bocht naar links of rechts. Duidelijk zal zijn dat deze manier van voortbewegen binnenshuis redelijk lukt, maar voor gebruik buitenshuis over langere afstanden minder geschikt is.
Gebruiksdoel/ gebruiksgebied.
Om een juiste keuze van rolstoel te maken is het van belang te weten hoe en waar een rolstoel gebruikt gaat worden. Bij een rolstoel die voornamelijk binnenshuis gebruikt wordt, zal het belangrijk zijn dat de rolstoel een kleine draaicirkel heeft. Veelvuldig gebruik buitenshuis vraagt een goede stabiliteit op oneffen terrein en de mogelijkheid op een langer stuk rechtuit te blijven rijden. Niet alleen de framekeuze is daarom van belang, maar ook het type wielen. Ook is het van belang te weten hoe iemand de transfers in en uit de rolstoel maakt. Stapt iemand over, dan zijn op- of wegklapbare beensteunen een vereiste, maakt iemand een zijdelingse transfer, b.v met behulp van een glijplank, dan kan een vaste voetbeugel overwogen worden. Een volgende niet onbelangrijke zaak is te weten hoe iemand met de rolstoel vervoerd gaat worden. Wordt er gebruik gemaakt van collectief vervoer of heeft men een eigen auto, waarin de rolstoel meegenomen moet kunnen worden. Moet de rolstoelgebruiker zelfstandig in staat zijn de rolstoel in de auto te krijgen of is er altijd hulp aanwezig.
De handbewogen rolstoelen voor frequent dagelijks gebruik zijn in grote lijnen te verdelen in 2 typen rolstoelen met ieder hun eigen kwaliteiten en eigenschappen, namelijk de rolstoelen met een vouwframe en de rolstoelen met een vast frame. In het algemeen kan gesteld worden dat de rolstoelen met vouwframe meer geschikt zijn om het zitcomfort aan te passen. De rolstoelen met een vast frame worden beschouwd als meer actieve rolstoelen voor rolstoelgebruikers die een redelijke zitbalans hebben en hoge eisen stellen aan de rijeigenschappen van de rolstoel.
Duidelijk zal zijn dat de keuze van een handbewogen rolstoel voor frequent dagelijks gebruik een nauwkeurig onderzoek vraagt.
Artikel 7.5. Elektrische rolstoelen
Elektrische rolstoelen zijn rolstoelen die met behulp van een via een accu opgeladen elektromotor worden aangedreven. De bediening vindt meestal plaats via een joystick, die met de hand wordt bediend, maar ook meer ingewikkelde manieren van besturen zijn mogelijk zoals kinbesturing, hoofd-/voetbesturing of besturing via een scanner.
Om voor een elektrische rolstoel in aanmerking te komen dient men aan de volgende criteria te voldoen:
men heeft onvoldoende motorische mogelijkheden om een handbewogen rolstoel (over een langere periode) zelfstandig te bedienen en;
men heeft onvoldoende motorische mogelijkheden om gebruik te maken van een voorliggende voorziening zoals b.v. een scootmobiel en;
er is een dagelijkse behoefte zich zelfstandig per rolstoel te verplaatsen en;
men heeft voldoende inzicht om een elektrische rolstoel te bedienen en zich hier op een veilige manier mee te verplaatsen en;
er is een mogelijkheid tot het creëren van een ruimte met faciliteiten voor het opladen van de elektrische rolstoel.
In het algemeen zal het zo zijn dat gebruikers van elektrische rolstoelen de hele dag in deze rolstoel zitten. In incidentele gevallen kan het voorkomen dat binnenshuis gebruik gemaakt wordt van een handbewogen rolstoel en buitenshuis van de elektrische rolstoel. Dit heeft dan meestal te maken met de beperkte ruimte binnenshuis.
In principe wordt bij verstrekking van elektrische rolstoelen uitgegaan van de verstrekking van één elektrische rolstoel. Bij de keuze worden afwegingen gemaakt t.a.v.:
gebruiksgebied;
gebruiksdoel;
eisen t.a.v. zitopvang;
eisen t.a.v. bediening.
In praktisch alle gevallen zal het zo zijn dat er naast de elektrische rolstoel tevens een handbewogen rolstoel verstrekt wordt.
De redenen hiervoor kunnen zijn:
de gebruiker is nog wel in staat zich binnenshuis met een handbewogen rolstoel voort te bewegen, maar is voor buitenshuis aangewezen op een elektrische rolstoel;
er dient een individueel aangepaste zitvoorziening op een (duw)rolstoel aanwezig te zijn wanneer de elektrische rolstoel voor reparatie afwezig is;
de rolstoelgebruiker bezoekt regelmatig adressen waar men niet met een elektrische rolstoel kan komen.
Elektrische rolstoelen zijn onder te verdelen in:
Elektrische rolstoelen voor gebruik binnenshuis
Dit type elektrische rolstoel is uitsluitend bedoeld voor gebruik binnenshuis. De rolstoel kenmerkt zich door de geringe afmetingen, waardoor er in kleine ruimtes gemakkelijk mee te manoeuvreren valt. De stoelen zijn qua zitcomfort te vergelijken met een keukenwerkstoel of een goede bureaustoel. Dit type stoel wordt incidenteel verstrekt, wanneer de ruimtelijke eisen geen ander type elektrische rolstoel toelaten.
Elektrische rolstoelen voor in en om de woning
Onder deze categorie vallen de rolstoelen, die bedoeld zijn voor het verplaatsen in de woning en in de directe omgeving van de woning. Vergeleken met de rolstoelen die uitsluitend bedoeld zijn voor gebruik binnenshuis heeft deze rolstoel krachtiger motoren en ook de zitopbouw is beter aan te passen aan zitproblemen van de gebruiker.
Elektrische rolstoelen voor binnen en buitenshuis
Deze rolstoelen worden verstrekt wanneer het gebruiksgebied vooral buitenshuis is gelegen. Gebruik binnenshuis stelt hogere eisen aan de afmeting van de ruimtes in de woning.
De keuze van de rolstoel is afhankelijk van:
eisen die gesteld worden aan de manier van bedienen/ aansturen van de rolstoel;
mate van aanpasbaarheid van het zitgedeelte;
mate van aanpasbaarheid van de elektronica.
Elektrische rolstoelen voor gebruik buitenshuis
In uitzonderlijke gevallen kan overgegaan worden tot verstrekking van een elektrische rolstoel die uitsluitend bestemd is voor gebruik buitenshuis. Vaak zal het zo zijn dat niet zozeer het gebruiksgebied de keuze van deze rolstoel bepaalt, maar eerder de specifieke eisen, die gesteld worden aan de aanpasbaarheid van de besturing. Hierbij wordt b.v. gedacht aan aanpassingen als hoofd-/voetbesturing.
Artikel 7.6. Kinderrolstoelen
Voor kinderen gelden in principe dezelfde verstrekkingscriteria voor een wandelwagen of rolstoel als voor volwassenen.
Bij het keuzeproces echter zijn een aantal zaken van belang die extra aandacht vragen. Immers:
een kind is in ontwikkeling;
de ontwikkeling verloopt spelenderwijs;
een kind is in de groei;
dit alles kan leiden tot een steeds groter wordende zelfredzaamheid.
Bovenstaande houdt in dat bij een kind door de jaren heen het eisenpakket voor de juiste voorziening kan veranderen, soms zelfs snel kan veranderen. Dit vraagt extra kennis en deskundigheid van het team, dat zich met het adviseren en verstrekken van kindervoorzieningen bezighoudt.
Ook de inbreng van het kind zelf is bij het keuzeproces belangrijk. Kinderen hebben vaak een uitgesproken mening over het uiterlijk en de kleur van de rolstoel.
Wandelwagens en duwrolstoelen
Voorzieningen dienen afgestemd te zijn op het ontwikkelingsniveau van het kind. Zo kan een jong kind, dat normaal nog in een wandelwagen vervoerd wordt voor een aangepaste wandelwagen via de Wmo in aanmerking komen, wanneer:
de normaal in de handel zijnde wandelwagens of buggy’s niet voldoen wat betreft zitopvang en ondersteuning.
Ook bij kinderen die qua leeftijd eigenlijk niet meer toe zijn aan een wandelwagen kan tot verstrekking van een wandelwagen of een duwrolstoel overgegaan worden op grondvan de criteria die genoemd zijn bij het hoofdstuk duwrolstoelen en wandelwagens. De keuze hangt dan weer af van gebruiksdoel, gebruiksgebied en de eisen die gesteld worden aan zitopbouw en meeneembaarheid.
Handbewogen rolstoelen.
Kinderen met een redelijke handfunctie zijn al op zeer jonge leeftijd in staat zich per rolstoel voort te bewegen. In grote lijnen kan men zeggen dat vanaf het moment dat kinderen kunnen lopen gehandicapte kinderen zich zelfstandig per rolstoel kunnen verplaatsen. Het gebruik van een rolstoel kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het kind. Zelf kunnen rondrijden in een rolstoel biedt het kind uitdagingen en stimuleert het om zelfstandig te worden en zoveel mogelijk mee te doen met leeftijdsgenootjes.
De criteria voor verstrekking van een handbewogen rolstoel aan kinderen komen overeen met de criteria die genoemd zijn in het hoofdstuk handbewogen rolstoelen. Er wordt van uitgegaan dat de rolstoel bij verstrekking de vervanging vormt van een eerder verstrekte wandelwagen.
Bij de keuze van een handbewogen rolstoel aan kinderen zijn naast de gebruikelijke factoren als gebruiksdoel en gebruiksgebied een aantal specifieke factoren van belang:
de rolstoel dient een alternatief te zijn voor het zelfstandig verplaatsen op het ontwikkelingsniveau van het kind. Er wordt b.v. van uitgegaan dat het kind, zittend in de rolstoel op ooghoogte van leeftijdsgenootjes zit;
de rolstoel moet licht te bedienen zijn, goed wendbaar en tegen een stootje kunnen; immers de rolstoel is voor een kind naast een verplaatsingsvoorziening ook een middel om spelend de wereld te verkennen;
de rolstoel moet goed passend zijn en tegelijkertijd de mogelijkheid in zich hebben om in eniger mate te kunnen meegroeien met het kind;
de rolstoel moet meeneembaar zijn binnen de vervoersmogelijkheden van het gezin.
Elektrische rolstoelen
Kinderen die een zo beperkte arm-/handfunctie hebben dat het zelfstandig voortbewegen met een handbewogen rolstoel niet of slechts in geringe mate mogelijk is, kunnen in aanmerking komen voor een elektrische rolstoel. In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd zijn kinderen soms op heel jonge leeftijd al in staat om veilig met een elektrische rolstoel om te gaan. In de meeste gevallen zal dit in een behandelsituatie uitgeprobeerd zijn. Ook hierbij gelden de criteria zoals deze vermeld staan in het hoofdstuk elektrische rolstoelen.
Artikel 7.7. Sportvoorzieningen
Sportvoorzieningen zijn voorzieningen die speciaal ontwikkeld zijn voor het uitoefenen van een sportactiviteit.
Criteria om in aanmerking te komen voor een sportvoorziening zijn:
iemand is op basis van aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek niet in staat tot sportbeoefening zonder rolstoel en;
er is een duidelijk aantoonbare behoefte aan regelmatige sportbeoefening.
Een voorwaarde voor het verkrijgen van een sportvoorziening is dat men aannemelijk kan maken dat men de sportvoorziening voor een langere periode zal gebruiken. Bij de verstrekking van sportvoorzieningen gaat de gemeente uit van het niveau van recreatiesport. Cliënten die een speciale voorziening nodig hebben voor het beoefenen van een sport op topniveau zullen het aanvullende bedrag zelf (evt. via sponsoring) moeten regelen.
In de verordening van de gemeente Zwolle is wel vastgelegd dat de keuze voor een bepaalde sport ligt bij de cliënt. Dit houdt in dat een verzoek om een sportvoorziening niet kan worden afgewezen op grond van het feit dat er alternatieve sporten zijn waar de cliënt geen voorziening voor nodig heeft.
In de regel wordt voor het verstrekken van een sportvoorziening geen medisch advies ingewonnen, omdat meestal vanuit dossiergegevens reeds voldoende gegevens bij de gemeente aanwezig zijn om tot verstrekking over te gaan.
Artikel 7.8. Aanpassingen
De meeste rolstoelen worden in een standaard uitvoering geleverd. Bij de keuze van de rolstoel zal zoveel mogelijk gezocht worden naar een rolstoel die in de standaard uitvoering zoveel mogelijk tegemoetkomt aan de eisen van de gebruiker.Toch zal het in een aantal gevallen nodig zijn aanpassingen aan te brengen om de rolstoel tot een adequaat middel te maken. Aanpassingen zijn onder te verdelen in:
Aanpassingen ten behoeve van de zithouding
Specifieke zitproblematiek kan aanleiding zijn tot aanpassen van het zitgedeelte in de vorm van:
·speciale zitkussens, b.v. de zgn. anti-decubituskussens;
In principe wordt er één anti-decubitus kussen verstrekt. Met de leverancier is afgesproken dat op moment van kapot gaan de leverancier garant staat voor directe vervanging en/ of reparatie.
speciale rugondersteuning;
zitorthesen;
fixatiegordels;
speciale hoofd-, arm- en beenondersteuningen;
werkbladen.
Aanpassingen aan bediening/ besturing van de rolstoel
Zowel bij handbewogen als bij elektrische rolstoelen kan het nodig zijn de bediening van de rolstoel aan te passen. Men kan hierbij denken aan:
aanpassingen aan de hoepels van een handbewogen rolstoel in de vorm van extra tussenruimte tussen hoepel en wiel, rubber hoepelovertrekken, hoepels met knoppen of staafjes;
aanpassing van de bediening van een elektrische rolstoel. Naast de standaard joystickbesturing zijn er vele mogelijkheden om een elektrische rolstoel aan te sturen.
Afhankelijk van de restfuncties die iemand heeft kan gekozen worden voor hoofd-/ voetbesturing, kinbesturing, besturing via een scanfunctie etc. Wanneer er sprake is van complexe aanpassingen van of het zitgedeelte of de bediening van een rolstoel is nauwkeurig onderzoek nodig. Vaak zal in samenwerking met de behandelsector uitgezocht moeten worden welke aanpassingen het beste voldoen.
Afleveraanpassingen.
Het kan voorkomen dat na aflevering van een rolstoel blijkt dat er nog kleine aanpassingen of wijzigingen aan de rolstoel nodig zijn. Om dit vlot te laten verlopen is er een afspraak gemaakt tussen gemeente, leverancier en medisch adviseur aangaande afleveraanpassingen. Binnen de periode van 6 maanden na aflevering van een voorziening worden aanpassingen onder de € 250,-. door de leverancier direct uitgevoerd. Gemeente en medisch adviseur worden door de leverancier op de hoogte gesteld. Voor aanpassingen boven de € 250,- vindt er eerst overleg plaats met de medisch adviseur. Deze bekijkt of hij op basis van dossieronderzoek akkoord kan gaan of dat het noodzakelijk is een nieuwe aanvraag voor aanpassing van de rolstoel op te starten.
Artikel 7.9. Accessoires
Accessoires aan rolstoelen worden alleen vergoed wanneer deze medisch noodzakelijk zijn en ze niet als algemeen gebruikelijk worden beschouwd.
Voorbeelden van accessoires die als algemeen gebruikelijk worden beschouwd zijn:
(rolstoel) handschoenen;
Schootskleden/voetenzakken;
regenkleding;
boodschappenmandjes/ tassen;
bandenpompjes;
spiegels.
Accessoires die op medische indicatie verstrekt kunnen worden zijn:
Orthese-jassen
Bij de beoordeling of er een medische noodzaak bestaat, wordt er gekeken naar de volgende factoren. Een combinatie van deze factoren kan aanleiding geven tot verstrekking.
er is sprake van ernstige doorbloedingsstoornissen aan onderlichaam of benen;
men heeft onvoldoende ‘rilfunctie’, wat inhoudt dat men onvoldoende in staat is zichzelf bij stilzitten te verwarmen;
er is sprake van ernstige sensibiliteitsstoornissen van met name het temperatuurgevoel;
er is sprake van een aandoening, waarbij koude een ernstige toename van de klachten veroorzaakt;
er is sprake van een dermate gestoorde handfunctie dat het aan-en uittrekken van standaard in de handel zijnde warme kleding niet mogelijk is.
Spaakbeschermers
De criteria voor verstrekking zijn:
er is sprake van een dermate gestoorde handfunctie dat bij het aandrijven van de rolstoel (een deel van) de hand tegen of in de spaken van het wiel komt;
de omstandigheden zijn van dien aard dat zonder spaakbeschermers er gesproken kan worden van een onveilige situatie;
Stokhouders
Voor de montage van een stokhouder is een indicatie aanwezig wanneer er naast de rolstoel ter overbrugging van loopafstanden gebruik gemaakt wordt van een stok of elleboogkruk.
Zuurstoffleshouders
Wanneer iemand aangewezen is op het gebruik van zuurstof en de zuurstoffles dient meegenomen te worden op de rolstoel, dan kan een aparte houder op de rolstoel gemonteerd worden voor een veilig vervoer van de zuurstoffles.
Artikel 7.10. Onderhoud
Rolstoelen worden door de gemeente gekocht van de leverancier en vervolgens in bruikleen verstrekt aan de cliënt. In de bruikleenovereenkomst, die men bij aflevering van een rolstoel ondertekent is opgenomen dat de gebruiker verantwoordelijk is voor klein onderhoud en de normale verzorging van de rolstoel, zoals het schoonhouden, het op spanning houden van de banden en het bijvullen van accu's. Met de leverancier is een onderhoudscontract afgesloten voor groot onderhoud. In grote lijnen houdt dit in dat men voor het onderhoud dat buiten de eigen mogelijkheden van de gebruiker ligt een beroep kan doen op de leverancier.
Uit praktische overwegingen worden de standaard onderhoudsbeurten meestal gecombineerd met de noodzakelijke reparaties aan een rolstoel. Kosten van reparatie en vervanging van onderdelen zijn over het algemeen voor rekening van de gemeente. Als reparaties het gevolg zijn van (opzettelijk) onzorgvuldig gebruik kan de gemeente de kosten van reparatie in rekening brengen bij de cliënt.
Indien de aanvrager bij de verstrekking van een rolstoel kiest voor een persoonsgebonden budget dan zijn in het budget de kosten van onderhoud (klein en groot) al meegenomen.
Artikel 7.11. Verzekering
Voor alle elektrisch voortbewogen rolstoelen, die deelnemen aan het verkeer geldt een verplichting tot verzekeren. Deze zogenaamde “bromfietsverzekering” wordt door de gemeente betaald. De elektrische rolstoel wordt door de leverancier aangemeld bij de verzekeringsmaatschappij. Alle schademeldingen worden door de leverancier afgehandeld. De verzekering omvat een WA en Casco dekking.
Indien de aanvrager bij de verstrekking van een rolstoel kiest voor een persoonsgebonden budget dan zijn in het budget de kosten van onderhoud (klein en groot) al meegenomen.
Artikel 7.12. Training
Binnen het kader van de Wmo zijn 2 soorten trainingen mogelijk in het leren omgaan met een rolstoel:
trainingen tijdens het adviestraject;
trainingen na aflevering van een voorziening.
Hierbij wordt uitgegaan van gemiddeld 3 trainingen per cliënt.
Training tijdens het adviestraject
De training tijdens het adviestraject is bedoeld om te kunnen komen tot een goed inzicht in de motorische en cognitieve vaardigheden van een cliënt om zich met een (elektrische) rolstoel te verplaatsen. Na deze training wordt besloten of er tot verstrekking van een rolstoel kan worden overgegaan.
Training na aflevering van een voorziening
Deze training is bedoeld om iemand vertrouwd te maken met een reeds verstrekte voorziening.
Bijlage 1 Richtlijnen tijden Hulp bij het huishouden
Bijlage 2 Persoonsgebonden budget