Wanneer mensen beperkingen ondervinden bij het verplaatsen in de directe woonomgeving, wordt eerst verkend wat mensen en hun sociale omgeving zelf kunnen, en in hoeverre voorliggende voorzieningen (voorbeeld scootmobielpool) een bijdrage kunnen leveren. Als hiermee de beperking onvoldoende wordt gecompenseerd, wordt gekeken naar een individuele voorziening voor de directe woonomgeving.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen als een fiets met (elektrische) trapondersteuning, een fiets met lage instap en een tandem komen niet voor vergoeding in aanmerking. Voorzieningen voor in de directe woonomgeving kunnen verstrekt worden in aanvulling op deelname aan het collectief / individueel vervoerssysteem of een tegemoetkoming in het gebruik van de eigen auto en zijn bedoeld voor het overbruggen van korte tot middenlange afstanden in de woonomgeving.
Bij specifieke aandoeningen kan het voorkomen dat er wel een aanvullende vervoersvoorziening verstrekt wordt, terwijl er geen duidelijke indicatie is voor deelname aan het collectief vervoersysteem; m.a.w. men kan wel gebruik maken van het openbaar vervoer, maar voor de overbrugging van de korte loop-/ fietsafstanden in de directe omgeving van de woning is een voorziening nodig.
In principe wordt er niet meer dan één aanvullende vervoersvoorziening verstrekt. Aanpassingen aan een auto om de vervoersvoorziening mee te kunnen nemen op de auto komen niet voor vergoeding in aanmerking. De richtlijnen voor verstrekking van een aanvullende vervoersvoorziening zijn:
de voorziening wordt min of meer voor dagelijkse verplaatsingen gebruikt en niet slechts incidenteel (bv. alleen bij mooi weer of voor alleen recreatief gebruik);
cliënt beschikt over voldoende rijvaardigheid;
cliënt bezit over voldoende verkeersinzicht;
cliënt is in staat zorg te dragen voor dagelijks onderhoud van de voorziening;
er is voldoende garantie voor veilige stalling/ berging van de voorziening.
Er zijn verschillende aanvullende vervoersvoorzieningen mogelijk. De keuze van de voorziening hangt af van de mogelijkheden die de persoon heeft, het verplaatsingspatroon en de vraag welke voorziening de goedkoopst adequate oplossing vormt voor het vervoersprobleem.
Aanpassing aan bestaande fietsen
Wanneer het gebruik van een gewone fiets mogelijk is, mits er enkele aanpassingen op aangebracht worden, dan geldt dit als de goedkoopst adequate voorziening. Het gaat dan om specifieke aanpassingen, die niet als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Een voorbeeld van een dergelijke aanpassing is een stevige zijwielset aan het achterwiel van de fiets. Alleen de kosten van de aanpassing komen voor vergoeding of verstrekking in huur in aanmerking.
Accessoires
Accessoires aan voorzieningen worden alleen vergoed wanneer deze medisch noodzakelijk zijn (bijvoorbeeld een houder voor een zuurstoffes voor iemand die op zuurstof is aangewezen) of noodzakelijk zijn voor het zelfstandig kunnen verplaatsen (bijvoorbeeld een houder voor het meenemen van een stok). Accessoires die algemeen gebruikelijk zijn, worden niet vergoed.
Voorbeelden van accessoires die als algemeen gebruikelijk worden beschouwd zijn:
regenkleding;
boodschappenmandjes/ tassen;
bandenpompjes;
spiegels;
schootskleden/ voetenzakken.
Artikel 6.7.
Voorzieningen voor in de directe woonomgeving
Onderdeel van Verstrekkingenboek individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle 2011