1.. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, Wet inburgering bedraagt € 200,- indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.

2.. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, Wet inburgering bedraagt € 400,- indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.

3.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 400,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de Wet inburgering vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.

4.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 600,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de Wet inburgering vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.